Santa Marta: aanpakken waar de fossiele uitfasering vandaag vastloopt
28 Apr 2026
3 minuten
Deze week komen in Santa Marta meer dan vijftig landen samen voor de eerste internationale conferentie die zich volledig richt op de uitfasering van fossiele brandstoffen. Ook België is aanwezig. 11.11.11 volgt de conferentie op de voet, met partnerorganisaties ter plaatse.
Klimaattoppen vinden al decennialang plaats, maar fossiele brandstoffen bleven er opvallend vaak buiten beeld. Pas op COP28 in Dubai werd voor het eerst expliciet gesproken over een transitie weg van fossiele energie. De historische uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in 2025 maakte duidelijk dat staten een wettelijke verplichting hebben om klimaatschade te voorkomen en de uitstoot van bedrijven aan te pakken. Maar de realiteit is dat de productie van olie, gas en steenkool sindsdien gewoon bleef stijgen.
Santa Marta wil dat doorbreken. Niet door nieuwe beloftes te formuleren, maar door te werken aan wat de uitfasering vandaag concreet tegenhoudt. Het is de eerste internationale top die zich expliciet richt op de productie en het gebruik van fossiele brandstoffen. Meer dan 54 landen komen samen: van grote consumenten zoals de EU tot producerende landen en klimaatkwetsbare staten. Voor België neemt minister van Mobiliteit, Klimaat Crucke deel.
Voor 11.11.11 is het cruciaal dat dit geen eenmalig moment blijft. De volgende conferentie staat al gepland in Tuvalu, en de volgende klimaatconferentie vindt eind dit jaar plaats in Turkije. Hieronder lichten we enkele urgente barrières toe die in 2026 aangepakt moeten worden.
Het juridische slot op de klimaatdeur
Stel: een regering beslist om nieuwe olieboringen op zee te verbieden. Goed voor het klimaat - maar het betrokken bedrijf stapt naar een internationale arbitragerechter en eist miljarden schadevergoeding voor verloren winst. De staat schikt, of draait de maatregel terug. Dat is geen fictie.
Via het zogenaamde ‘ISDS’-mechanisme (investor-state dispute settlement) kunnen fossiele bedrijven staten aanklagen wanneer klimaatbeleid hun winsten in gevaar brengt. Deze clausules zitten in meer dan 2.600 handels- en investeringsakkoorden wereldwijd. Fossiele bedrijven zijn verantwoordelijk voor ongeveer 20% van alle ISDS-zaken. In de zaak Rockhopper tegen Italië moest het land meer dan zes keer de oorspronkelijke investering betalen na een verbod op offshoreboringen. In Frankrijk werd klimaatwetgeving afgezwakt onder druk van een dreigende claim van oliebedrijf Vermillion.
Santa Marta is de eerste conferentie die dit probleem expliciet op de agenda zet. Colombia gaat zelf een stap verder: president Petro kondigde aan dat zijn land zich terugtrekt uit het arbitragesysteem — als antwoord op een oproep van 220 economen en juristen. Voor 11.11.11 moet dit het startpunt zijn van een gecoördineerde Europese uitstapstrategie.
Andere financiële logica’s
Voor veel lagere-inkomenslanden is de energietransitie geen evidentie. Ze zitten gevangen in een zware schuldenlast: samen gaat het om zo’n 8,9 biljoen dollar, met jaarlijkse rentebetalingen van ongeveer 415 miljard dollar. Dat beperkt de ruimte om te investeren aanzienlijk. Neem Ghana, dat vandaag meer besteedt aan schuldaflossing dan aan onderwijs of klimaatbeleid.
Tegelijk blijft toegang tot investeringen in schone energie ongelijk verdeeld. Slechts 15% van de wereldwijde investeringen in de energietransitie gaat naar landen buiten het Globale Noorden en China. Daarbovenop ligt de kost om kapitaal aan te trekken in lage-inkomenslanden vaak twee tot drie keer hoger. Hernieuwbare energie is dus niet alleen minder gefinancierd, maar ook duurder om te ontwikkelen.
Dat zet landen vast. Sommige blijven noodgedwongen inzetten op fossiele export om schulden af te betalen. In Angola komt meer dan 60% van de overheidsinkomsten uit fossiele brandstoffen. Zonder perspectief op andere inkomstenbronnen wordt uitfasering daar een groot politiek en sociaal vraagstuk.
Zonder schuldverlichting en eerlijkere financiering dreigt de uitfasering voor veel landen onhaalbaar te blijven. Het is dan ook belangrijk om klimaatfinanciering dringend te herstellen en op te schalen.