Wanneer de krant verdwijnt, wint Russische propaganda
Hoe Trump Oekraïense media verzwakt in oorlogstijd
20 Jan 2026
4 minuten
Elke week lopen ze urenlang door stof en puin naar humanitaire verdeelpunten in de regio Charkiv; Oekraïense grootmoeders, op zoek naar noodvoedsel, medicijnen én hun krant. Voor velen is het het enige nieuws dat hen bereikt, in een oorlog waar stroom en internet allesbehalve vanzelfsprekend zijn. De wekelijkse krant is er geen luxe, maar een levenslijn.
Vandaag staat die levenslijn onder druk. Niet alleen door Russische drones en bombardementen, maar ook door een beslissing ver van het front. Internationale steun die jarenlang het financiële hart vormde van onafhankelijke Oekraïense media viel in een klap weg.
Een van die media is Slobidskyi Kray, de oudste krant van Charkiv. Al meer dan een eeuw verschijnt ze in een regio die vandaag tot de zwaarst getroffen delen van Oekraïne behoort. “Voor veel van onze lezers is de krant soms de enige verbinding met de buitenwereld,” zegt hoofdredacteur Larysa Hnatchenko. “Zeker voor ouderen en voor mensen in dorpen waar internet onbetrouwbaar of gewoon afwezig is.”
Voor Hnatchenko en haar team is geweld geen abstract gegeven. Nog gisteren bezocht ze dorpen waar huizen zwaar beschadigd raakten. “Ze leven daar onder voortdurende beschietingen, willen daar niet vertrekken en hebben problemen met herstelwerken van hun huizen,” zegt Hnatchenko. In Charkiv betekent journalistiek vandaag naast informeren op zulke momenten ook: vastleggen, bewaren, getuigen.
De klap uit Washington
Net dat werk komt vandaag onder druk te staan door een vernietigende beslissing duizenden kilometers ver van Charkiv. Begin dit jaar startte de Amerikaanse regering met een grootschalige en abrupte ontmanteling van haar eigen ontwikkelingsagentschap USAID. Minstens 83% van het budget sneuvelde. In Washington deed president Trump het werk van het agentschap af als “really corrupt”, “run by radical lunatics” en “totally unexplainable”. Voor redacties in frontgebied betekent dat iets anders: minder journalisten, minder kranten en meer ruimte voor desinformatie.
Op de redactievloer van Slobidskyi Kray waren de gevolgen daags na de drastische beslissing meteen voelbaar. Financiële steun van USAID bedraagde tot wel 50% van de middelen van de krant en hielp om cruciale schakels in de krant draaiende te houden: drukkosten, lonen en de logistiek die komt te kijken bij een regio onder vuur. Toen die beloofde middelen plots wegvielen, bleef de redactie achter met openstaande rekeningen bij de drukker. Hnatchenko moest zelf plots inspringen: “We hadden kosten gemaakt die ik plots met mijn privébankkaart moest betalen,” zegt ze. “2025 werd zo bijzonder moeilijk. Maar stoppen was geen optie.”
Het verhaal van Slobidskyi Kray is geen uitzondering. Naar schatting negen op de tien Oekraïense media is afhankelijk van buitenlandse steun. In oorlogstijden stortte de binnenlandse advertentiemarkt grotendeels in; terwijl de druk op onafhankelijke journalistiek duidelijk toenam. Van die internationale steun kwam jarenlang het grootste deel uit de Verenigde Staten, via USAID. Met het wegvallen daarvan kwam met een pennentrek een groot deel van het medialandschap op een helling te staan.
Geen leegte, maar propaganda
Dat maakt de beslissing bijzonder gevoelig in een land waar de oorlog niet alleen militair wordt uitgevochten. Russische propaganda en desinformatie vormen al jaren een tweede front, vooral in bezette of bevrijde gebieden. Lokale media spelen daar een cruciale rol: ze ontkrachten geruchten, bieden context en houden vast aan controleerbare feiten. Sinds het wegvallen van USAID hebben verschillende Oekraïense redacties laten weten dat ze freelancers en personeel niet meer kunnen betalen, waardoor onafhankelijke verslaggeving nog meer onder druk komt te staan.
Wat er gebeurt wanneer die verslaggeving wegvalt, heeft Hnatchenko van dichtbij gezien. Telkens Russische troepen een gebied innemen, zegt ze, volgen niet alleen militairen, maar ook eigen media. In bezette steden en dorpen werden vrijwel meteen propagandakrantjes verspreid, herkenbaar aan het Z-symbool, met de boodschap dat Oekraïne niet bestaat en Rusland er de orde herstelt. “Dat is het eerste wat ze doen,” zegt Hnatchenko. “Ze nemen ook de informatie over.”
Wanneer media verdwijnen of verzwakken, ontstaat er geen leegte. “Informatie verdwijnt nooit zomaar,” benadrukt Hnatchenko. “Ze wordt altijd vervangen – door propaganda of geruchten.”
Die vrees wordt gedeeld door Reporters Without Borders (RSF). De internationale persvrijheidsorganisatie waarschuwt dat de USAID-aanval journalistiek wereldwijd een zware klap toedient. Vooral media in conflictgebieden en autoritaire contexten worden getroffen – net daar waar onafhankelijke informatie het meest kwetsbaar én het meest noodzakelijk is.
Volgens RSF dreigt het wegvallen van die steun niet alleen redacties te verzwakken, maar ook het publieke debat zelf. Wanneer betrouwbare nieuwsbronnen verdwijnen, groeit de kans op censuur, propaganda en desinformatie. De gevolgen daarvan blijven zelden beperkt tot één land.
‘Wij lopen niet weg’
Voor Larysa Hnatchenko was stoppen nooit een optie. Daarvoor kreeg ze sterke bijval van de lokale gemeenschap; steun die ze internationaal in voldoende mate hoopt te vinden. “Alleen kunnen we het niet volhouden,” zegt ze. “We leven onder voortdurende beschietingen en bombardementen. Als wij verdwijnen, neemt de vijand onze plek in.” Volgens Hnatchenko stopt het daar niet: “Na Oekraïne volgen andere Europese landen. Dan komt de oorlog ook naar jullie.”
Haar krant, Slobidskyi Kray, bestaat al meer dan een eeuw en overleefde oorlogen, regimes en politieke omwentelingen. “Dit jaar worden we 109 jaar,” zegt ze. “Wij lopen niet weg. We roepen niet van hoge podia en verkopen onszelf niet. We doen onze job – en dat blijven we doen.”