Hoe Europese banken mee verantwoordelijk zijn voor vuile mijnbouw in Congo
14 Nov 2025
3 minuten
In het dorp Muvunda, in het zuiden van de Democratische Republiek Congo, stroomde ooit helder rivierwater. Vandaag is dat water ondrinkbaar. Sinds de komst van de Kamoa-Kakula mijn, een van de grootste koperprojecten ter wereld, kampen bewoners met vervuild water, mislukt de oogst en staan mensen uren aan te schuiven bij de enige waterput die nog werkt.
De situatie wordt nauw opgevolgd door onze Congolese partnerorganisatie IBGDH, onder leiding van mensenrechtenadovaat Donat Kambola. Zijn team doet veldonderzoek, spreekt getroffen dorpsbewoners en verdedigt hun rechten.
Volgens hun onderzoek vervuilt het mijnbedrijf Kamoa Copper SA het drinkwater met zware metalen, dwingt het gezinnen tot verhuizing en verstoort het de lokale landbouw.
Maar wie protesteert, riskeert arrestatie. In april 2025 werden 72 bewoners gearresteerd na een vreedzaam protest voor eerlijke compensatie na hun gedwongen verhuizing. Twee van hen raakten ernstig gewond, waarbij één in het been werd geschoten en de ander in de nek. Zevenentwintig van hen zaten twee maanden vast. Hoewel Kamoa Copper beweert in dialoog te gaan met de gemeenschap, bestaat er in de praktijk geen degelijk klachtenmechanisme.
“Er is geen kader meer voor overleg,” zegt een vrouw uit Muvunda. “We zijn aan ons lot overgelaten. We hebben honger en weten niet bij wie we terechtkunnen.”
Een mijn vol contrasten
De Kamoa-mijn is een megaproject van het Canadese Ivanhoe Mines, de Chinese groep Zijin Mining en de Congolese overheid. In 2024 was ze goed voor meer dan 3 miljard dollar omzet en staat ze te boek als een van de snelst groeiende kopermijnen ter wereld.
Maar die rijkdom vertaalt zich niet in vooruitgang voor de lokale bevolking. Integendeel: gemeenschappen worden verdreven en hun arbeidsrechten geschonden. En het water rond de mijn is volgens onderzoek van de Universiteit van Lubumbashi zwaar verontreinigd met koper, kobalt en lood – met concentraties ver boven de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie.
Die kritieke grondstoffen, zoals koper, kobalt, lithium en grafiet zijn nochtans onmisbaar voor de energietransitie: ze vormen het hart van batterijen, elektrische wagens, windturbines en zonnepanelen.
Op het terrein zien we dat mijnbouw nog te vaak gepaard gaat met sociale en ecologische schade. De transitie moet versnellen, maar ze moet eerlijk gebeuren.
Het geld komt uit Europa
Een nieuw internationaal rapport van Oxfam, Fair Finance International en 11.11.11 toont dat Europese – en ook Belgische – banken en investeerders mee verantwoordelijk zijn voor die schade.
Tussen 2016 en 2024 verleenden Europese banken meer dan 69 miljard dollar aan leningen en diensten aan mijnbouwbedrijven die actief zijn in de ontginning van koper, kobalt, lithium en andere zogenoemde kritieke mineralen.
Aan kop staan BNP Paribas (met ook haar Belgische tak BNP Paribas Fortis) en ING, goed voor respectievelijk 12,8 miljard en 7,6 miljard dollar aan financiering. Beide banken beweren duurzaam te investeren, maar investeren eigenlijk in mijnbouwprojecten die leiden tot schendingen van mensenrechten en milieuvervuiling. Hun beleid rond milieu, mensenrechten en goed bestuur (ESG-criteria) scoort onder de 4 op 10 volgens het rapport.
Eerlijke transitie, niet op oneerlijke mijnbouw
De wereld moet dringend overstappen op hernieuwbare energie en fossiele brandstoffen achter zich laten. Maar de manier waarop de mineralen die daarvoor nodig zijn vandaag ontgonnen worden, zet nieuwe ongelijkheden in gang.
Daarom vragen 11.11.11, FairFin en Oxfam:
- Een sterk Europees kader dat duurzaamheid afdwingt, niet afzwakt, waaronder verplichte zorgplicht zodat bedrijven en investeerders verantwoordelijk zijn voor mensen-, arbeids- en milieurechten in hun hele waardeketen.
- Dat banken hun beleid grondig versterken: systematisch due diligence uitvoeren, investeringen in risicovolle projecten beperken en transparant rapporteren over waar hun geld naartoe gaat.
Op het terrein werken activisten en organisaties zoals Donat van 11.11.11-partner IBGDH elke dag aan rechtvaardigheid voor de getroffen gemeenschappen in Congolese mijnsteden als Kolwezi en Muvunda. Zij documenteren misbruiken, ondersteunen bewoners bij het opeisen van hun rechten en brengen de realiteit achter de groene transitie aan het licht – vaak in moeilijke omstandigheden.
Steun Donat’s werk met een gift
De energietransitie kan pas écht groen zijn als ze ook rechtvaardig is. Daar werken onze partners zoals IBGDH elke dag aan. Steun hun werk met een gift aan 11.11.11. Samen bouwen we aan een leefbare planeet, voor iedereen.