Protest Filipijnen

“Eén gelekte naam kan al genoeg zijn”: hoe USAID-besparingen Filipijnse activisten in gevaar brengen

  • Getuigenis
  • Filipijnen
  • Internationale solidariteit

19 Jan 2026

3 minuten

“We hebben geen grote cyberaanval nodig om in gevaar te zijn. Eén gelekte naam kan al genoeg zijn.” Het zijn de woorden van Samantha Basa David, medewerker bij 11.11.11-partner PAHRA, een Filipijnse mensenrechtenorganisatie die dagelijks samenwerkt met klokkenluiders, activisten en slachtoffers van geweld.

Digitale veiligheid is voor hen geen technisch randverhaal, maar van levensbelang. Toch werd net een cruciaal project rond digitale bescherming geschrapt, als gevolg van besparingen bij de Amerikaanse ontwikkelingsagentschap USAID. Wat in Washington een beleidsbeslissing leek, heeft in de Filipijnen zeer concrete gevolgen. 

Samantha Basa David van 11.11.11-partner PAHRA in de Filipijnen
Samantha Basa David van onze Filipijnse partner PAHRA: "Eén gelekte naam kan dodelijk zijn."

Mensenrechten verdedigen in een steeds repressievere context

In de Filipijnen kunnen namen die circuleren op sociale media of dossiers die uitlekken zich razendsnel vertalen in intimidatie, juridische stappen of fysieke dreiging.  

Het land behoort al jaren tot de gevaarlijkste landen ter wereld voor mensenrechten- en milieuactivisten. Jaarlijks worden tientallen verdedigers vermoord. Intimidatie, juridische pesterijen en fysieke dreiging zijn er dagelijkse realiteit. En steeds vaker begint die repressie online. “Wanneer persoonlijke gegevens van mensenrechtenverdedigers in verkeerde handen vallen, zijn de gevolgen enorm,” zegt Egay Cabalitan van PAHRA. “Zeker voor mensen die al doodsbedreigingen krijgen.”

Tijdens de voorbereidingen van PAHRA in de dossiers over de massamoorden in de ‘war on drugs’ onder oud-president Duterte – bedoeld voor het Internationaal Strafhof – werd pijnlijk duidelijk hoe belangrijk digitale bescherming is. Informatie over slachtoffers, families en getuigen moet absoluut beschermd blijven. Eén lek kan rampzalige gevolgen hebben. 

Egay Cabalitan van 11.11.11-partner PAHRA in de Filipijnen
Egay Cabalitan van PAHRA tijdens een protest in de Filipijnen. Het is een van de gevaarlijkste landen ter wereld voor activisten.

Een naam die circuleert op sociale media, een document dat uitlekt, een website die offline wordt gehaald: het kan volstaan om mensen het zwijgen op te leggen. Steeds vaker krijgen mensenrechtenorganisaties te maken met cyberaanvallen, gehackte accounts en massale rapporteringen op sociale media.  

Zo werd ook de online campagne van 11.11.11-partner ATM, een Filipijnse organisatie die strijdt tegen grootschalige mijnbouw en deel uitmaakt van het netwerk van PAHRA, herhaaldelijk offline gehaald. Volgens Samantha gebeurt dat via gecoördineerde klachten bij Meta, vermoedelijk vanuit pro-mijnbouwbelangen. Het resultaat is telkens hetzelfde: campagnes vallen stil, bereik verdwijnt en lokale gemeenschappen verliezen hun stem. 

Wat het project had kunnen betekenen

Net daar had het geschrapte project een verschil kunnen maken. Het ging niet om een reeks workshops of vrijblijvende adviezen, maar om structurele investeringen in digitale veiligheid: beveiligde technologie, digitale infrastructuur en gespecialiseerde expertise om aanvallen sneller en beter aan te pakken.

“Zonder die broodnodige middelen weten we niet hoe we ons doeltreffend kunnen beschermen,” zet Samantha van PAHRA. “We zien de aanvallen toenemen, maar staan met steeds legere handen.”

Dat gebrek aan bescherming maakt mensenrechtenwerk niet alleen moeilijker, maar gevaarlijker. In een context waarin staten steeds vaker digitale middelen inzetten om kritiek te onderdrukken, is digitale veiligheid een basisvoorwaarde om überhaupt te kunnen spreken. 

Blijf kijken. Blijf spreken.

Voor Samantha en Egay van PAHRA gaat internationale steun niet alleen over geld of projecten. Het gaat over gezien worden. Over echte positieve verandering.  

“We merken dat de Filipijnse regering anders reageert wanneer er internationale aandacht is,” zegt Samantha. “Wanneer landen als België en andere EU-lidstaten hun stem laten horen, voelen wij ons minder alleen.”

Ook Egay vult aan dat die aandacht vandaag broodnodig is: “De bescherming van mensenrechtenverdedigers wordt al jaren aanbevolen door internationale instanties, maar in de praktijk verandert er weinig. Zonder druk van buitenaf schuift onze regering dat telkens opnieuw vooruit.”  

De boodschap van Samantha en Egay is eenvoudig, maar dringend: neem de digitale veiligheid en bescherming van mensenrechtenverdedigers mee in jullie beleid. Spreek de Filipijnse overheid aan en blijf investeren in civiele ruimte – ook wanneer dat politiek ongemakkelijk is. Want stilte, waarschuwen ze, wordt hier te snel gelezen als toestemming. 

Steun onze partner met een gift

Wanneer internationale steun afneemt, verdwijnt bescherming en lopen activisten in de Filipijnen steeds meer gevaar. Toch blijven lokale organisaties zoals PAHRA aan hun zij staan, om hun levens te beschermen en verdedigen.

Met jouw gift aan 11.11.11 kunnen zij dat blijven doen. 

Bedankt om samen met ons het verschil te maken.

Gerelateerde verhalen