Image
Federaal parlement van België in Brussel

Politiek Nieuws

De wereld veranderen begint bij begrijpen hoe ze in elkaar zit. Om de juiste acties te plannen en ons pleidooi te documenteren, ontrafelen we de verbanden tussen de grote verschuivingen op onze planeet: politiek, migratie, energie, klimaat en meer.

Hoe staat het met ontwikkelingssamenwerking?

Politiek

Ontwikkelingssamenwerking is voor 11.11.11 geen verhaal van gunsten, maar van rechten. Scheve machtsverhoudingen in de wereld zorgen ervoor dat niet iedereen dezelfde rechten heeft, en dus niet dezelfde kansen. Dat moet anders.

Op 24 oktober 1970 beloofden de rijke landen om 0,7% van hun bruto nationaal inkomen (BNI) aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. Een mooie belofte die echter nooit werd gerealiseerd.  In haar regeerakkoord beloofde de regering opnieuw een bindend groeipad naar 0,7% tegen 2030.  In het zomerakkoord herbevestigde ze deze belofte.  Zijn we intussen op de goede weg?

We maken een stand van zaken op.

Waar staan we vandaag?

In 2021 besteedde België 0,46% van het BNI aan officiële ontwikkelingssamenwerking (ODA), een daling ten opzichte van 0,47% in 2020. Dit heeft voor een groot stuk te maken met de stijging van het BNI. In 2010 bedroeg de Belgische ODA nog 0,64%, het hoogste percentage ooit.

Wat betekent dit in absolute cijfers?

In absolute cijfers betekent dit in 2021 wel een stijging van 153 miljoen. Maar deze stijging is voor een groot deel toe te schrijven aan een stijging van de kosten voor de opvang van vluchtelingen op het Belgisch grondgebied. Hoewel deze uitgaven door Fedasil noodzakelijk zijn, beschouwen internationale ngo’s deze niet als officiële ontwikkelingssamenwerking. Deze uitgaven dragen immers niet bij aan duurzame veranderingen in economisch armere landen. Deze kosten voor opvang maakten in 2021 bijna 10% uit van de totale Belgische ontwikkelingssamenwerking. Bijna het dubbele van het internationale gemiddelde (5,2%). Zie ook de vraag 'Zegt dit iets over de internationale solidariteit van België?'

Wat is het aandeel van het Directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking?

Het aandeel van de Directie-generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGD) in de totale Belgische ontwikkelingssamenwerking bedroeg in 2021 56%, een daling. In 2019 en 2020 was dit rond de 60%. In 2000 zelfs nog 68%. Het is belangrijk dat DGD een voldoende groot bedrag van de aanrekenbare uitgaven voor officiële ontwikkelingssamenwerking voor eigen rekening neemt omdat dit te beste garantie is dat projecten en programma’s met de juiste expertise worden ingezet in de globale strijd tegen armoede en ongelijkheden (streefcijfer 2/3 van de totale officiële ontwikkelingssamenwerking).

Zegt dit iets over de internationale solidariteit van België?

Indien we enkel meetellen wat effectief bijdraagt aan duurzame veranderingen in economisch armere landen, dan bedraagt volgens internationale ngo's het percentage tov het BNI voor België slechts 0,4%. Het is de OESO-DAC die bepaalt wat rijke landen als ODA mogen aanrekenen, maar de internationale ngo- gemeenschap vindt dat naast de opvang van vluchtelingen in België zelf ook studentenkosten en schuldkwijtscheldingen geen bijdragen van internationale solidariteit zijn en dus niet zouden mogen meegerekend worden als officiële ontwikkelingssamenwerking. Ook de vaccindonaties, die in 2021 mochten meegeteld worden door de OESO-DAC, zijn voor ons geen officiële ontwikkelingssamenwerking. Voor België kwam dit neer op 28 miljoen euro oftewel 1,3% van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Indien we al deze uitgaven aftrekken van de totale officiële ontwikkelingssamenwerking behaalt België slechts 0,4%. 13% van de Belgische ontwikkelingssamenwerking is dus "inflated" of vervuild. Anders gezegd: 1 op de 7 uitgegeven euro en aangerekend als ODA zegt niets over onze Belgische internationale solidariteit.
Belangrijk: Deze 13% zijn echter geen uitgaven die gedaan worden door de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking (DGD) maar door andere instellingen in ons land.

Is het genoeg?

Ontwikkelingssamenwerking is al te vaak pasmunt binnen een regering. Om overschotjes op te vangen of tekorten bij te passen. Maar zo werkt het niet. Rijke landen hebben een verantwoordelijkheid over de wereld en hoe die eruitziet, een verantwoordelijkheid vandaag en ten aanzien van het verleden. Officiële ontwikkelingssamenwerking is één van de manieren voor rijke landen om die verantwoordelijkheid concreet vorm te geven. In 2021 werd globaal 2100 miljard dollar besteed aan defensie tegen over net geen 180 miljard dollar aan officiële ontwikkelingssamenwerking. Het evenwicht is zoek. Ook in België. Voor 2022 is 450 miljoen extra voorzien voor defensie tegenover de 12,5 miljoen extra voor ontwikkelingssamenwerking.

Hoe oud is de belofte van de 0,7%?

De belofte om 0,7% te geven aan ontwikkelingssamenwerking is meer dan 50 jaar oud.

Hoe scoort België ten opzichte van het Europese gemiddelde?

België zit met 0,46% in 2021 onder het Europese gemiddelde van 0,49%.

Hoe scoort België in de OESO-DAC ranking?

België staat in 2021 pas op de 11e plaats in de OESO-DAC ranking, terwijl dit nog de 6e plaats was in 2010. Op basis van volume in absolute cijfers staan we pas op de 16e plaats.

Welke landen behaalden in 2021 de 0,7%

Duitsland, Denemarken, Luxemburg, Zweden, Noorwegen

Wat doen onze buurlanden?

Ze behalen stuk voor stuk meer dan België:

  • Luxemburg: 0,99%
  • NL: 0,52%
  • Frankrijk: 0,52%
  • Duitsland: 0,74%

Wat heeft deze regering beloofd? En wat doet ze?

Deze regering beloofde in het regeerakkoord om een bindend groeipad uit te tekenen vanaf 2021 om tegen 2030 de 0,7% te bereiken.

Hoe staat dat juist in het regeerakkoord?

Voor de bestedingen voor internationale samenwerking wordt, rekening houdende met de uitzonderlijke budgettaire omstandigheden, vanaf 2021 een bindend groeipad uitgetekend en uitgevoerd om de internationaal afgesproken norm van 0,7% van het BNI tegen 2030 te behalen

Wil deze regering haar belofte houden?

Deze belofte werd herbevestigd, onder meer via het zomer/defensieakkoord in juni 2022. Er wordt een verhoging voorzien vanaf 2023 en 2024.

Belangrijk is dat de ODA ook in absolute cijfers stijgt, gezien het fluctuerende BNI.

Wat heeft deze regering gedaan?

Er was geen geloofwaardige verhoging van het budget ontwikkelingssamenwerking in 2021 en 2022. Terwijl voor een lineaire groei elk jaar ongeveer 260 miljoen extra nodig is, werd het budget ontwikkelingssamenwerking in 2022 met 12,5 miljoen verhoogd, louter klimaatfinanciering.

Waarom zijn publieke middelen voor internationale solidariteit belangrijk?

Globale uitdagingen vragen globale investeringen. Ook met publiek geld. Covid en klimaatveranderingen bewijzen dat we niet zonder die globale investeringen kunnen. De officiële ontwikkelingssamenwerking is vandaag de dag nog steeds een concrete en belangrijke component van die publieke financiering. Het is geld waarmee kan geïnvesteerd worden in die zaken waar iedereen recht op heeft: recht op toegang tot medicatie en vaccins, recht op onderwijs, ook voor meisjes, recht op voedselzekerheid, recht op sociale bescherming als vangnet voor wanneer het moeilijker gaat. Indien goed besteed, heeft ontwikkelingssamenwerking bewezen het verschil te kunnen maken. Het vergroot de weerbaarheid van mensen om met volgende crisissen om te gaan. Dat is belangrijk. Maar net zo belangrijk is dat alle andere beleidsbeslissingen door rijke landen, bv op vlak van klimaat of handel, deze weerbaarheid niet in gedrang brengen.

Officiële ontwikkelingssamenwerking is publieke financiering die in crisistijden bewezen heeft een stabiele financieringsstroom te zijn.

Officiële ontwikkelingssamenwerking, wereldwijd goed voor net geen 180 miljard dollar in 2021, zullen de mondiale uitdagingen waarvoor we staan niet alleen kunnen oplossen. Andere stromen zijn zeker zo belangrijk zoals remittances of de Special Drawing Rights, of een ander beleid, zoals het belang van beleidscoherentie voor ontwikkeling. Maar ontwikkelingssamenwerking is wél een belangrijk deel van het antwoord. Zeker voor die landen die het financieel moeilijk hebben, mede veroorzaakt door een stijgende schuldenlast. In 2020 steeg de totale officiële ontwikkelingssamenwerking terwijl andere grote financiële stromen daalden: buitenlandse directe investeringen met 19% en handel met 13%.

Officiële ontwikkelingssamenwerking is een goedkopere investering

  • De preventie van conflicten kost 3 à 4 keer minder dan de oplossing ervan.
  • Op een duurzame manier investeren in de economisch armere landen zal uiteindelijke goedkoper zijn dan het voortdurend achterna hollen van humanitaire crisissen die ons jaar na jaar meer geld kosten. Er is momenteel een financieringstekort voor de humanitaire samenwerking. Er is slechts één derde beschikbaar van de nodige 48,7 miljard dollar voor 2022.
  • De kost van covid-19 zou lager hebben gelegen indien het vaccin als mondiaal publiek goed was gezien – zoals aanvankelijk gezegd. Dit had het ontwikkelen van nieuwe varianten kunnen beperken. Ondanks de toezeggingen heeft de ACT-Accelerator, die een antwoord moet bieden op de COVID-19 uitdagingen in de zogenaamde ontwikkelingslanden, voor 2021-2022 een financieringstekort van 13 miljard dollar.

De noden zijn gigantisch

Om maar een voorbeeld te geven:

Meer dan 100 miljoen vrouwen vielen tijdens de coronacrisis uit de arbeidsmarkt. Volgens Oxfam kostte COVID-19 vrouwen wereldwijd meer dan 800 miljard dollar aan verloren inkomsten in één jaar.
Maar ook het aantal mensen dat honger leed ging de hoogte in, net als de wereldwijde ongelijkheid.  De Human Development Index ging er in heel wat landen dan weer op achteruit.

Wat is het draagvlak?

De onderhandelingen van de komende weken gebeuren in een budgettair uitdagende context. De energiecrisis hakt er bij de Belgen ook stevig in. Solidariteit is op zijn plaats. Maar de Belg is ook overtuigd van een solidariteit die verder reikt dat de eigen grenzen. Bijna negen op de tien Belgen vindt het belangrijk om samen te werken met landen buiten de EU om armoede uit de wereld te helpen (Eurobarometer).

De impact van COVID-19 en Oekraïne op ODA?

Er zijn volgens een recent rapport van de OESO veel onzekerheden over de ODA in 2022.  Maar één ding is zo klaar als een klontje: er is niet genoeg officiële ontwikkelingssamenwerking om het hoofd te bieden aan de verschillende crises die elkaar momenteel opvolgen.

Welke impact zagen we in 2020 en 2021?

Door de COVID-19-crisis steeg de officiële ontwikkelingssamenwerking in 2020 en 2021 met 35 miljard dollar, terwijl het ODA/BNI-aandeel gelijk bleef. Ondanks dat de hoeveelheden officiële ontwikkelingshulp recordhoogtes bereiken, is de omvang van de extra behoefte die door de COVID-19-crisis is ontstaan, veel groter dan wat de stijgingen kunnen opvangen. De OESO berekende dat de stijging van de ODA bovendien louter te wijten is aan de COVID-crisis. Zonder deze crisis zou de officiële bilaterale ontwikkelingssamenwerking in alle landen, met uitzondering van de zogenaamde hogere middeninkomenslanden, gedaald zijn.

Wat is de impact van deze crisissen voor het behalen van de SDGs?

Er zijn ongetwijfeld meer middelen nodig om de Sustainable Development Goals (SDGs) in 2030 te behalen. De noden zijn alleen maar toegenomen door COVID-19 en Oekraïne.

Unctad zegt hierover het volgende 'When the 2030 Agenda was approved, we at UNCTAD calculated the investment gap for developing countries to meet their SDGs at 2,5 trillion dollars. The pandemic widened this gap to 4,3 trillion dollars. The war in Ukraine is expected to widen this gap further. Now, an ever-widening gap is not a gap. It is an abyss'.

Wat verwachten we voor 2022?

Het is koffiedik kijken wat 2022 zal brengen op vlak van ODA, maar het goede nieuws is dat er extra budgetten gemobiliseerd werden als reactie op de oorlog in Oekraïne. De geschatte 46 miljard lijkt zelfs de budgetten voor de COVID-crisis te overstijgen. Tegelijkertijd waarschuwt de OESO dat er waarschijnlijk verschuivingen zullen plaatsvinden in hoe en waar de budgetten zullen worden besteed. Zo zullen voornamelijk de humanitaire uitgaven, antwoorden op crisissen op de korte termijn, primeren. Indien de budgetten niet toenemen kan dit een invloed hebben op de beschikbaarheid van financiering voor andere uitdagingen, niet in het minst deze op de langere termijn. Zo heeft COVID-19 een negatieve impact gehad op de beschikbare budgetten voor het recht op onderwijs.

When the 2030 Agenda was approved, we at UNCTAD calculated the investment gap for developing countries to meet their SDGs at 2,5 trillion dollars. The pandemic widened this gap to 4,3 trillion dollars. The war in Ukraine is expected to widen this gap further. Now, an ever-widening gap is not a gap. It is an abyss.

UNCTAD
United Nations Conference on Trade and Development

Van waar komt de 0,7%

  • Op 24 oktober 1970 werd resolutie 2626 (XXV) van de Verenigde Naties aangenomen waarmee de zogenaamde “economisch ontwikkelde landen” zich ertoe verbonden 0,7% van hun rijkdom te besteden aan de officiële ontwikkelingssamenwerking. In die tijd was de uiterste datum voor het nakomen van deze verbintenis 1975.
  • In 2005 hebben de toenmalige 15 landen van de Europese Unie herhaald dit streefcijfer te behalen tegen 2015.
  • In 2015 werd deze verbintenis opnieuw opgenomen in de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling, met 2030 als nieuwe streefdatum
  • Hetzelfde doel werd herhaald in de Europese Consensus voor ontwikkeling in 2017.
  • Indien tegen 2030 de belofte wordt gehaald dan zullen de rijke landen 55 jaar te laat zijn.
  • Oxfam berekende in 2020 dat de economisch arme landen tot dan toe al 5700 miljard dollar misgelopen hebben.