Image
Martin Vilela

Klimaatrechtvaardigheid gaat ook over ongelijkheid binnen landen

Changemaker

Mensen die er het minst toe hebben bijgedragen, lijden het zwaarst onder de klimaatcrisis. Dat is de belangrijkste drijfveer van de Boliviaanse klimaatactivist en 11.11.11-Changemaker Martin Vilela. Het is een kwestie van rechtvaardigheid. Maar het is voor hem geen zwart-wit verhaal, het rijke noorden tegenover het arme zuiden. Rijke landen dragen meer verantwoordelijkheid voor de klimaatcrisis, maar in die landen leven ook arme mensen en is de ongelijkheid groot, net zoals er in het zogenaamde ‘Zuiden’ rijke mensen en grote vervuilers zijn. Daar moeten klimaatactivisten mee rekening houden.

Waar staan we op het einde van het ongewone jaar 2020?

Net als zijn land, Bolivia, heeft Martin Vilela een bewogen jaar achter de rug. Het Covid-19 virus hield ook in zijn land zwaar huis, maar dat gebeurde bovendien te midden van een politieke crisis. In oktober 2019 sloeg president Evo Morales op de vlucht nadat de verkiezingen die maand op chaos waren uitgedraaid. De pandemie moest in het land worden aangepakt door een tijdelijke regering geleid door presidente Jeanine Añez, wat niet goed lukte. Het protest van de bevolking nam toe, maar de regering greep corona aan om de verkiezingen alsmaar uit te stellen. Uiteindelijk dwong volksprotest op straat nieuwe verkiezingen af die overtuigend werden gewonnen door Luis Arce, de kandidaat van het Movimiento Al Socialismo (MAS), de partij van Morales.  
De laatste maanden was er dan ook minder aandacht voor de klimaatcrisis in zijn land. Nochtans is die aandacht meer dan ooit nodig. De CO2 uitstoot per capita – Bolivia telt 11 miljoen inwoners – plaatst het land op de 4de plaats in de wereld. Dat heeft alles te maken met de grote bosbranden die er jaarlijks woeden. Vorig jaar ging zo maar eventjes 5,2 hectaren amazonewoud in de vlammen op, dat is een gebied groter dan België. De branden zijn een belangrijk probleem en hebben te maken met het regeringsbeleid. In 2019 sloot Bolivia bijvoorbeeld een akkoord met China voor de export van vlees. De toename van de vleesproductie, leidde tot een toename van de ontbossing. “Er werd een decreet uitgevaardigd om de bossen gecontroleerd te laten opbranden”, zegt Vilela. “Dat liep uiteindelijk uit de hand met desastreuse gevolgen op het vlak van verlies van natuur. Het probleem daarbij is dat slechts enkele mensen hier rijker van werden.”
“Morales had internationaal misschien wel een goed imago omwille van zijn klimaatbeleid en de positie die hij innam als slachtoffer van de rijke landen, maar zijn binnenlandse beleid had veel schadelijke milieueffecten omdat hij extractivisme (de massale exploitatie van natuurlijke rijkdommen) in de hand werkte,” zegt Vilela.

Beweging voor Moeder Aarde

Martin Vilela werkt voor het Plataforma Boliviana frente al Cambio Climático en is al twintig jaar activist voor klimaatrechtvaardigheid. “Het begon allemaal bij de grote mobilisatie in Bolivia tegen de privatisering van de watersector. We, de sociale bewegingen, wonnen toen de strijd. Het maakte mij wakker. Sinds 2006 werk ik mee aan de Beweging voor Moeder Aarde  van de inheemse bevolking. In 2010 ging ik mij actief inzetten voor klimaatrechtvaardigheid. De belangrijkste drijfveer daarbij was dat ik vaststelde dat mensen die het meest lijden, het minst bijdragen tot de problemen. Ik nam deel aan de People’s Conference  on Climate Change and the rights of Mother Earth.” Die top was een historische bijeenkomst van 30.000 mensen uit meer dan 100 landen in de Boliviaanse stad Cochabamba die een antwoord boden op het mislukken van de politieke klimaattop COP15 een jaar voordien in Kopenhagen. Er werd een People’s Agreement  gesloten. “Wij probeerden nadien een beweging op te bouwen in Bolivia zelf, maar dit eindigde uiteindelijk tot een breuk als gevolg van de grote verdeeldheid.”

Arm en rijk

Door de recente diepe politieke crisis in Bolivia, werd het klimaat verdrongen uit het politieke debat. “Mensen zijn nu vooral bezig met het herstel van Covid-19. En de nieuwe regering doet hetzelfde als de vorige. In de regering zetelen meerdere mensen die een band hebben met de agro-industrie. Die is verantwoordelijk voor de stijging van de CO2 emissies en doet mensen lijden. Wij zien daar nu de gevolgen van.” Dat is een binnenlands probleem dat moet worden aangepakt. Daarnaast moet Bolivia blijven vechten voor de aflossing van de historische schuld, het probleem van de klimaatrechtvaardigheid. 
“Wij zijn niet verantwoordelijk voor de historische uitstoot in de wereld”, zegt Martin Vilela. “De VS, Europa en China zijn verantwoordelijk voor de helft van de uitstoot. Die landen moeten hun historische schuld betalen door geld en technologie te transfereren.” 
Toch heeft die benadering ook weer haar beperkingen. “Ze houdt bijvoorbeeld geen rekening met de verantwoordelijkheid van grote bedrijven. Een studie uit 2018 toont aan dat grote bedrijven voor 70% verantwoordelijk zijn voor de uitstoot. Het probleem is dat regeringen hen niet pushen om te betalen. Het gaat dus niet enkel over individuele landen, maar ook over bedrijven en over de tegenstelling tussen arm en rijk, ook binnen de landen. Ik ben dan ook niet blij dat men het steeds  over ‘The Global South’ heeft. In The South wonen namelijk ook rijke mensen. Het is allemaal niet zwart-wit.”

Uitstel van de COP geeft meer tijd

Dit jaar ging de COP26 om evidente redenen niet door. Grote vraag is wat dat betekent voor de klimaatzaak. Martin is er nog niet helemaal uit of dit meer nadelen dan voordelen oplevert. “De grote zwakte van het akkoord van Parijs - dat exact 5 jaar geleden werd afgesloten - is dat het niet wettelijk bindend is, en dat er geen sancties aan verbonden zijn. Maar het is het enige wat we hebben. De CO2-uitstoot verminderen en de temperatuurstijging onder de 1,5 graden houden is in ieder geval het juiste ding om te doen. Het uitstel van de COP dit jaar is slecht voor de planeet, maar het geeft ons wel wat meer tijd om onze regeringen in de richting van de gemaakte afspraken te duwen.”

Hoe houden we back to normal tegen?

Op het einde van dit bewogen jaar vraagt iedereen zich af hoe de onmiddellijke toekomst eruit ziet. Hoe kijkt Martin Vilela naar volgend jaar? “Het minste wat je kan zeggen is dat de toekomst voor iedereen uitdagend is. In het begin van de pandemie waren we blij dat de CO2 uitstoot verminderde. Maar ondertussen zien we overal herstelplannen opduiken en wil men zo snel mogelijk naar het normale. Ik vraag mij af hoe we dit gaan kunnen tegenhouden? De klimaatbeweging moet zich wereldwijd verenigen en dezelfde strategie volgen: enerzijds actie voeren en een beweging creëren, en anderzijds werken aan concrete resultaten. Ik hoop en ik voel dat we voor een nieuw begin staan, dat we kunnen starten met iets anders, iets nieuws. Ik hoop dat we in Bolivia de volgende 3 jaren de politiek kunnen veranderen.  Maar er zijn ook risico’s. Wat als de pandemie verder gaat bijvoorbeeld? En er is de polarisatie in het land. Die kan je gerust vergelijken met wat er in de VS gebeurt. Het laatste jaar nam de angst toe en er duikt steeds meer haat op in het narratief van de  blanke bevolking.” 

Geen valse oplossingen

11.11.11 is partner van La Plataforma, de organisatie waar Martin voor werkt. Via de changemakercampagne van dit jaar werd die band nog eens extra in de verf gezet. Martin was één van de zes Changemakers die centraal stonden in de campagne en belichaamde de strijd tegen de klimaatcrisis en voor klimaatrechtvaardigheid, waar 11.11.11 de klemtoon op legt. Hoe ziet hij de rol van de Belgische ngo in het toekomstige verhaal? “11.11.11 kan een rol spelen bij de sensibilisering en de aanpassing van het beeld over klimaatrechtvaardigheid wereldwijd. De organisatie kan duidelijk maken dat klimaatrechtvaardigheid niet enkel een kwestie is van het aflossen van de historische schuld, maar dat het ook om de ongelijkheid binnen de landen gaat. Dat is cruciaal. 11.11.11 moet dit element mee opnemen in België. Daarnaast is het van belang om een diepgaande discussie te stimuleren over oplossingen en het mag daarbij niet om valse oplossingen gaan maar om echte oplossingen. Besteed bijvoorbeeld aandacht aan hoe frontlijngemeenschappen in Bolivia strijden tegen extractivisme. Dit moet meer visueel worden gemaakt.”