6 juli: de dag waarop een Palestijnse staat onmogelijk kan worden
28 May 2026
3 minuten
Over iets meer dan een maand, op 6 juli 2026, verstrijkt een deadline die de deur naar een levensvatbare Palestijnse staat definitief kan sluiten. Die dag is het laatste moment om een omstreden Israëlisch bouwproject op de bezette Westelijke Jordaanoever nog tegen te houden. Samen met organisaties als Human Rights Watch, FIDH, EuroMed Rights, PAX en The Rights Forum roept 11.11.11 Europese ministers van Buitenlandse Zaken, onder wie de Belgische minister Maxime Prévot, op om nu in te grijpen. "België moet nu doorpakken met een nationaal sanctiemechanisme", klinkt het.
Wat is E1 en waarom is het zo omstreden?
Het E1-gebied is een strook van ongeveer 12 km² tussen Oost-Jeruzalem en de grote Israëlische nederzetting Ma'ale Adumim op de bezette Westelijke Jordaanoever. De Israëlische regering wil er meer dan 3.000 woningen bouwen, samen met gescheiden weginfrastructuur: één weg voor Palestijnen, een aparte snelweg voor Israëlische kolonisten.
Die locatie maakt het project zo explosief. Als E1 wordt gebouwd, wordt de Westelijke Jordaanoever geografisch doormidden gesneden. Oost-Jeruzalem, de beoogde hoofdstad van een toekomstige Palestijnse staat, raakt volledig omsingeld door nederzettingen en afgesneden van de rest van het Palestijnse gebied.
Op 6 juli lopen de aanbestedingen voor dit project af: het moment waarop contracten officieel kunnen worden toegewezen en de bouw in gang wordt gezet. Daarna is ingrijpen veel moeilijker.
Europese sancties schieten tekort
De waarschuwing komt kort nadat de EU een nieuwe sanctieronde aankondigde tegen drie Israëlische kolonisten en vier kolonistenorganisaties die betrokken zijn bij geweld op de bezette Westelijke Jordaanoever. Na bijna twee jaar vertraging - mede door blokkades vanuit Hongarije - kwamen er eindelijk bijkomende maatregelen: reisverboden, bevroren tegoeden en beperkingen op toegang tot Europese markten en het financiële systeem.
België ondertekende op 22 mei ook een verklaring waarin verschillende landen bedrijven afraden om mee te bouwen aan E1.
Maar dit volstaat niet. De EU richt zich vooral op individuele actoren. De structuren die de situatie op het terrein aansturen, blijven grotendeels buiten schot. E1 staat bovendien niet op zichzelf. Nieuwe wegen en verbindingscorridors verankeren de nederzettingen verder en maken een aaneengesloten Palestijns grondgebied steeds onmogelijker. Tegelijk terroriseren Israëlische kolonisten op systematische wijze Palestijnse gemeenschappen.
Op een moment dat Israël openlijk zegt dat het nooit een Palestijnse staat zal tolereren en de Palestijnse gebieden annexeert, is het tijd voor concrete en doortastende actie die de fundamenten van de bezetting raakt.
Botsing met internationaal recht
Ook het advies van het Internationaal Gerechtshof van juli 2024 vraagt om dringende actie. Daarin worden staten opgeroepen geen steun te verlenen aan situaties die in strijd zijn met het internationaal recht in bezet gebet. De EU zet die norm niet om in beleid. Dat is een moeilijk verdedigbare positie.
Daarom roepen we de Belgische regering op om een nationaal sanctiemechanisme in te voeren. Zo kan België ook op eigen houtje maatregelen treffen wanneer Europese consensus uitblijft. Cd&v diende begin 2026 al een wetsvoorstel in die richting in.
"Het handvol Europese sancties biedt geen krachtig antwoord op de Israëlische bezetting en etnische zuivering van Palestina", besluit Willem Staes. "Wie een op regels gebaseerde internationale orde ernstig neemt, moet nu in actie schieten."