Belgische soldaten in Evere

Hoe een enge invulling van veiligheid de veiligheid zelf ondermijnt

© BelgaImage - Dirk Waem

  • Politiek
  • België en Europa
  • Veiligheid

26 May 2026

11 minuten

VALT IN HET PUBLIEKE DEBAT DE TERM VEILIGHEID, DAN GAAT HET OVER MILITAIRE DREIGING, VIJANDEN EN BEWAPENING.

Terwijl veiligheid voor de meeste mensen simpelweg betekent: kunnen leven zonder angst voor geweld, honger, ziekte of een onzekere toekomst.

Hoe kan het dat veiligheid zo vaak wordt teruggebracht tot militaire kracht? 

Dat is geen vanzelfsprekendheid, maar een politieke keuze: één die bepaalt welke problemen aandacht krijgen en welke onzichtbaar blijven.

Hoog tijd om te vragen: wat bedoelen we eigenlijk met veiligheid? En wie heeft de macht om dat te bepalen?

VEILIGHEID GAAT OVER MEER DAN OORLOG EN CONFLICT

Volgens het Global Risks Report van het World Economic Forum behoren extreme weersomstandigheden en ecologische schade tot de grootste risico’s op langere termijn, terwijl geopolitieke conflicten vooral de korte termijn domineren.

Oorlog, herbewapening en geopolitieke dreiging staan volop in de schijnwerpers. De dreigingen zijn dan ook reëel. De oorlog in Oekraïne, het verder escalerende geweld in het Midden-Oosten en spanningen rond Venezuela of Groenland vragen bescherming en politieke antwoorden – net als de vele andere conflicten in de wereld die al langer spelen dan de plotse Europese aandacht voor veiligheid. Veiligheid gaat echter over meer dan oorlog en conflict. Het gaat ook over bescherming tegen klimaatontwrichting, sociale afbraak, honger, ziekte en politieke onderdrukking.  

Oorlogen versterken die vormen van onveiligheid bovendien: zo leidde de oorlog in Oekraïne tot stijgende energieprijzen in Europa en voedselonzekerheid in delen van Afrika en het Midden-Oosten doordat graanexporten stilvielen. Ook heeft militarisering impact op het klimaat. Legers behoren tot de grootste institutionele uitstoters van broeikasgassen. Volgens schattingen zou een verdere stijging van defensiebudgetten met honderden miljarden dollars gepaard gaan met tientallen miljoenen ton extra CO₂-uitstoot. Conflicten vernietigen bovendien infrastructuur en ecosystemen, wat de kwetsbaarheid van samenlevingen verder vergroot.

Militair conflict, economische stabiliteit en sociale bescherming zijn dus geen aparte vraagstukken. Ze zijn nauw met elkaar verweven. Dat blijkt ook uit langetermijnanalyses. Volgens het Global Risks Report van het World Economic Forum behoren extreme weersomstandigheden en ecologische schade tot de grootste risico’s op langere termijn, terwijl geopolitieke conflicten vooral de korte termijn domineren. Wie veiligheid vernauwt tot louter militaire slagkracht, doet dus geen recht aan de breedte en de grondoorzaken van de dreigingen waarop een antwoord nodig is.

Van menselijke behoefte naar militaire uitgaven

Die bredere blik op veiligheid zien we nauwelijks terug in politieke keuzes. In 2025 gaven landen wereldwijd 2.887 miljard dollar uit aan defensie. Dat is 16,5 keer meer dan de mondiale uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking datzelfde jaar (174 miljard dollar). De middelen voor internationale solidariteit zijn maar liefst met bijna een kwart gedaald op één jaar tijd. Een decennium aan vooruitgang werd zo in één klap uitgewist.  

 

De uitgaven voor defensie stegen daarentegen al voor het elfde jaar op rij – in Europa met wel 14% in één jaar tijd. Dat betekent niet dat investeringen in defensie per definitie onnodig zijn, maar de huidige verhoudingen tonen een duidelijke scheeftrekking. Investeringen in diplomatie, conflictpreventie en klimaatactie blijven structureel achter, terwijl net daar de fundamenten liggen van duurzame veiligheid.  

 

Volgens de VN is jaarlijks 93 miljard dollar voldoende om extreme honger tegen 2030 uit te bannen – minder dan 4% van de wereldwijde militaire uitgaven. Dat maakt duidelijk dat middelen nooit het echte probleem waren. Ook economisch is die scheeftrekking moeilijk te verantwoorden. Volgens de OESO leidt elke euro die bespaard wordt op conflictpreventie later tot een veelvoud aan kosten om de gevolgen aan te pakken. Wie vandaag bespaart, betaalt morgen de rekening. 

2887

In 2025 gaven landen wereldwijd 2.887 miljard dollar uit aan defensie. Dat is 16,5 keer meer dan de mondiale uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking datzelfde jaar.

174

In 2025 gaven landen wereldwijd 174 miljard dollar uit aan internationale solidariteit. Die middelen zijn maar liefst met bijna een kwart gedaald op één jaar tijd.

93

Volgens de VN is jaarlijks 93 miljard dollar voldoende om extreme honger tegen 2030 uit te bannen – minder dan 4% van de wereldwijde militaire uitgaven.

WAT TELT ALS VEILIGHEID, IS EEN POLITIEKE KEUZE

Alsof veiligheid niet ook betekent dat je niet bang hoeft te zijn voor een ziekenhuisfactuur, een mislukte oogst of een overstroming.

Deze scheve verhouding is geen toeval, maar weerspiegelt een politieke keuze over wat als veiligheid telt. Wanneer politici suggereren dat sociale bescherming kan wijken voor een sterke defensie, wordt zichtbaar waar de prioriteiten liggen: sociale zekerheid wordt relatief gemaakt, terwijl militaire paraatheid als onmisbaar geldt. Alsof veiligheid niet ook betekent dat je niet bang hoeft te zijn voor een ziekenhuisfactuur, een mislukte oogst of een overstroming.

Wanneer NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte waarschuwt dat Europeanen anders maar beter Russisch kunnen leren of naar Nieuw-Zeeland verhuizen, is dat meer dan retoriek. Het creëert een gevoel van noodtoestand waarin andere vormen van veiligheid – zoals sociale bescherming of klimaatactie – al snel als minder urgent worden gezien. In zo’n klimaat gaat de bevolking militarisering makkelijker aanvaarden, en wordt kritiek sneller weggezet als naïef of onverantwoord.

Wie heeft de definitiemacht?

Veiligheid kent dus heel wat invullingen, maar wie bepaalt vandaag wat onder veiligheid wordt verstaan? In de praktijk ligt die definitiemacht bij een beperkte kring van politieke leiders, militaire structuren en industriële belangen. Zij bepalen welke dreigingen centraal staan en welke antwoorden vanzelfsprekend lijken, vaak zonder breed maatschappelijk debat.  

Defensie wordt behandeld als een gesloten domein, afgeschermd onder het voorwendsel van nationale veiligheid. Zelfs parlementen krijgen slechts beperkt inzicht. Zo bleek uit onderzoek van Pano dat de Belgische overheid 50 miljoen euro uitgaf aan een antidroneplan zonder openbare aanbesteding en ondanks negatief advies van de Inspectie van Financiën, terwijl cruciale vragen over prijs en effectiviteit onbeantwoord bleven. Dat gebrek aan democratische controle en debat is niet neutraal: het maakt het moeilijk om af te wegen welke investeringen echt bijdragen aan veiligheid.

Zoals ook veiligheidsexperts aangeven, ontbreekt bovendien vaak een transparant publiek kader: wat kopen we precies met deze budgetten, waarom en met welk doel?

Het wordt ook zichtbaar in de politieke ambitie om defensiebudgetten richting 5 procent van het bbp op te trekken, en dit onder de impuls van Amerikaanse president Trump. Die doelstelling wordt voorgesteld als noodzakelijk, maar het blijft onduidelijk op welke concrete dreigingsanalyse ze precies gebaseerd is en welke capaciteiten ermee moeten worden opgebouwd. Zoals ook veiligheidsexperts aangeven, ontbreekt bovendien vaak een transparant publiek kader: wat kopen we precies met deze budgetten, waarom en met welk doel? Zonder die duidelijkheid dreigt het debat te verengen tot cijfers en percentages, eerder dan inhoudelijke keuzes.

Het is duidelijk dat veiligheid geen neutrale categorie is, maar een politiek strijdveld. Wie vandaag de definitie controleert, bepaalt welke onzekerheid zichtbaar wordt en welke kwetsbaarheid wordt genegeerd. En vooral: hoeveel aandacht én budget ze krijgen in beleid. 

WAPENINDUSTRIE BEPAALT EN WINT

Waar veiligheid in de eerste plaats een publieke verantwoordelijkheid zou moeten zijn, wordt het steeds weer een economische opportuniteit, vormgegeven door dezelfde actoren die mee bepalen wat als dreiging geldt en welke antwoorden daarop volgen.

Intussen groeit de wapenindustrie sneller dan veel andere sectoren. In 2024 bereikten de inkomsten van de honderd grootste wapenproducenten een recordniveau, met sterke stijgingen door de oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten. Europese defensiebedrijven zagen hun omzet fors toenemen, onder meer doordat landen hun legers versneld herbewapenen. Wanneer veiligheid wordt herleid tot militarisering, verschuift ook de economie errond.

Ook technologiebedrijven spelen een steeds grotere rol in dat veiligheidsapparaat. Bedrijven zoals Palantir, een Amerikaans technologiebedrijf dat software ontwikkelt voor overheden en legers, combineren grote hoeveelheden data uit verschillende bronnen om analyses te maken voor militaire operaties, politie en migratiecontrole. Die systemen maken het mogelijk om informatie over individuen – van administratieve gegevens tot locatie- en gedragsdata – samen te brengen en te analyseren voor besluitvorming.  

Die evolutie vervaagt de grens tussen publieke veiligheid en private belangen. Technologie die ontwikkeld wordt voor militaire of veiligheidsdoeleinden, vindt zo ook een weg naar domeinen zoals migratierepressie en politiewerk, en wordt daar vaker ingezet om mensen te monitoren en te controleren.  

Ook dichter bij huis wordt die verwevenheid zichtbaarder. De defensiebeurs BEDEX in Brussel bracht bedrijven, beleidsmakers en militaire actoren samen rond nieuwe wapensystemen en technologieën. Het event profileert zich expliciet als ontmoetingsplek voor de Europese defensie-industrie en haar groeimogelijkheden. Waar veiligheid in de eerste plaats een publieke verantwoordelijkheid zou moeten zijn, wordt het steeds weer een economische opportuniteit, vormgegeven door dezelfde actoren die mee bepalen wat als dreiging geldt en welke antwoorden daarop volgen. 

VERZET TEGEN DE DOMINANTE VEILIGHEIDSAGENDA

Wat binnen westerse instellingen vandaag als vanzelfsprekend wordt beschouwd – militaire paraatheid, afschrikking en geopolitieke competitie – wordt op andere plekken niet altijd als even belangrijk of zelfs relevant gezien. Voor veel landen in het Globale Zuiden botst deze veiligheidslogica met andere, vaak meer urgente problemen zoals economische ongelijkheid, de klimaatcrisis en historische afhankelijkheidsrelaties.

De concentratie van definitiemacht gaat niet alleen over de vraag wie in België of Europa beslist hoeveel geld naar defensie gaat. Het gaat ook over wie mag bepalen wat als een veiligheidsprobleem telt, welke dreigingen bovenaan de politieke agenda komen te staan en welke vormen van onzekerheid naar de achtergrond verdwijnen. Dat geldt binnen Europese samenlevingen, waar kritische stemmen uit middenveld of parlement vaak weinig grip krijgen op defensiekeuzes, maar het geldt ook internationaal: landen die niet mee aan tafel zitten wanneer de dominante veiligheidsagenda wordt vastgelegd, ondervinden wel de gevolgen van die agenda. Die concentratie van definitiemacht blijft dus niet beperkt tot het binnenlandse of Euro-Atlantische niveau.

De invulling van veiligheid binnen de NAVO en in Europese beleidskaders heeft ook een externe werking. Want wat binnen westerse instellingen vandaag als vanzelfsprekend wordt beschouwd – militaire paraatheid, afschrikking en geopolitieke competitie – wordt op andere plekken niet altijd als even belangrijk of zelfs relevant gezien. Uit de Munich Security Conferentie (2026) bleek dat voor veel landen in het Globale Zuiden deze veiligheidslogica botst met andere, vaak meer urgente problemen zoals economische ongelijkheid, de klimaatcrisis en historische afhankelijkheidsrelaties. Daardoor ontstaat een groeiende kloof tussen wie de dominante veiligheidsagenda bepaalt en wie de gevolgen ervan ondergaat, zonder die agenda mee te kunnen vormgeven.

Het verzet tegen die ongelijke verdeling van definitiemacht groeit dan ook. De aarzelende of afwezige steun van heel wat landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika voor Westerse sancties tegen Rusland was daarin veelzeggend. Niet omdat zij de invasie goedkeuren, maar omdat zij zich niet herkennen in een internationale orde waarin verontwaardiging selectief wordt toegepast en waarin hun eigen prioriteiten – schuldkwijtschelding, economische kwetsbaarheid, klimaatschade – systematisch naar de achtergrond verdwijnen. Zoals de Indiase minister van Buitenlandse Zaken S. Jaishankar het in 2022 stelde: ‘Europa moet uit de mentaliteit groeien dat Europa’s problemen wereldproblemen zijn, maar de wereldproblemen niet Europa’s problemen zijn.’ Voor veel landen is de oorlog in Oekraïne dan ook geen universele strijd, maar in de eerste plaats een conflict over Europese veiligheid, waarvan zij wel de economische gevolgen dragen maar niet de politieke inzet delen.

Subrahmanyam Jaishankar, Minister van Buitenlandse Zaken India

Europa moet uit de mentaliteit groeien dat Europa’s problemen wereldproblemen zijn, maar de wereldproblemen niet Europa’s problemen zijn.

Subrahmanyam Jaishankar, Indiase minister van Buitenlandse Zaken

Het vertaalt zich ook op andere vlakken, zoals het zetten van eigen accenten in internationale fora of door toenadering zoeken tot alternatieve machtsblokken. Wanneer Zuid-Afrika Israël voor het Internationaal Gerechtshof daagt wegens genocide, of wanneer landen uit het Globale Zuiden zich organiseren rond gezamenlijke posities in klimaatonderhandelingen, gaat het telkens om meer dan afzonderlijke dossiers: het zijn pogingen om zelf mee te bepalen wat als veiligheid en rechtvaardigheid geldt.

Ook middenveldorganisaties, academici en sociale bewegingen wijzen al jaren op de blinde vlekken van een veiligheidsdiscours dat vooral militaire dreigingen centraal stelt, terwijl existentiële risico’s zoals klimaatverandering of economische kwetsbaarheid gemarginaliseerd blijven.

VEILIGHEID RECLAIMEN

Terwijl onze beleidsmakers steeds vaker spreken over veiligheid, blijft er steeds minder echte bescherming over.

Een veiligheidsbeleid dat die naam waardig is, moet vertrekken vanuit die menselijke basisbehoefte en is dus per definitie inclusief. Dit kan alleen wanneer het rust op stevige fundamenten: mensenrechten, internationaal recht, sterke publieke diensten, sociale bescherming, klimaatactie en internationale samenwerking.  

Net die pijlers staan vandaag onder druk. Ook het multilateralisme, dat die internationale samenwerking moet dragen, wordt openlijk in vraag gesteld. Diplomatie wordt overschaduwd of herleid tot louter transactionele relaties, waarbij macht en eigenbelang primeren.

Die logica ondergraaft net wat duurzame veiligheid mogelijk maakt: samenwerking, vertrouwen en wederzijds begrip.

Tijdens de coronapandemie, na natuurrampen of in oorlogssituaties vallen mensen in de eerste plaats terug op buren, vrijwilligers, zorgverleners, lokale organisaties en sterke publieke diensten. Dat zagen we tijdens de opvang van Oekraïense vluchtelingen, na de aardbevingen in Syrië en Turkije, en vandaag opnieuw in Gaza, Libanon of Oost-Congo. Mensen overleven crisissen dankzij solidariteit, vertrouwen en sociale netwerken die blijven functioneren wanneer staten falen of geweld escaleert. Het sociaal weefsel is geen detail naast veiligheid — het ís veiligheid.

Daarin schuilt een fundamentele paradox: terwijl onze beleidsmakers steeds vaker spreken over veiligheid, blijft er steeds minder echte bescherming  over. En dat terwijl crisissen telkens opnieuw laten zien waar veiligheid werkelijk op rust. Tijdens de coronapandemie, na natuurrampen of in oorlogssituaties vallen mensen in de eerste plaats terug op buren, vrijwilligers, zorgverleners, lokale organisaties en sterke publieke diensten. Dat zagen we tijdens de opvang van Oekraïense vluchtelingen, na de aardbevingen in Syrië en Turkije, en vandaag opnieuw in Gaza, Libanon of Oost-Congo. Mensen overleven crisissen dankzij solidariteit, vertrouwen en sociale netwerken die blijven functioneren wanneer staten falen of geweld escaleert. Het sociaal weefsel is geen detail naast veiligheid — het ís veiligheid.  

Net daarom is veiligheid  geen product, geen individueel noodpakket, dat je kunt kopen. Wanneer het toch zo wordt benaderd, dreigt het een privilege te worden in plaats van een recht. Veiligheid ontstaat wanneer mensen toegang hebben tot zorg, huisvesting, bescherming, rechtvaardigheid en een leefbare planeet. Ze groeit waar samenwerking sterker is dan wantrouwen, en waar mensenrechten consequent worden verdedigd — niet selectief, afhankelijk van geopolitieke belangen.

De kernvraag is dus niet of we veiligheid nodig hebben, maar wat we eronder verstaan en wie dat bepaalt. Zolang veiligheid wordt bepaald door militaire logica, economische belangen en gesloten politieke kringen, blijft ze een instrument van uitsluiting en controle.  

Het is tijd om veiligheid te herclaimen als een collectief en democratisch project. Met sterke samenlevingen waarin mensen elkaar kunnen dragen wanneer het erop aan komt.  Wie veiligheid ernstig neemt, investeert niet alleen in grenzen en bewapening, maar ook en vooral in mensen, publieke structuren en internationale solidariteit. Want samenlevingen worden niet veilig door angst, maar door verbondenheid. Zonder die basis is ‘veiligheid’ niets meer dan een illusie verpakt in spierballentaal. 

Gerelateerde verhalen