De veiligheid van de ene ten koste van de veiligheid van de andere
© Shutterstock - robertindiana
26 May 2026
6 minuten
Terwijl Europese burgers vandaag voor het eerst sinds decennia weer om de oren worden geslagen met het belang van – vooral militaire – veiligheid, schuilt achter die politieke focus op 'veiligheid' een harde realiteit:
VEILIGHEID VOOR DE EEN WORDT VANDAAG STEEDS VAKER GEORGANISEERD DOOR ONVEILIGHEID TE CREËREN VOOR ANDEREN.
Migratiebeleid is het duidelijkste voorbeeld van die ontwikkeling. De razzia’s van de Amerikaanse immigratiedienst ICE zijn het toonbeeld van deze logica, die zich ook in Europa razendsnel verspreidt.
MIGRATIE ALS BEDREIGING
Wat ooit enkel het discours van extreemrechts was, schuift verder op richting het politieke centrum.
Het idee dat (bepaalde) mensen een bron van onveiligheid vormen, wint terrein in het politieke en publieke debat. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa wordt migratie steeds vaker voorgesteld als een risico dat beheerst moet worden. Er is sprake van ‘migratiestromen’ die Europa zouden ‘overspoelen’, van grenzen die onder druk staan, van samenlevingen waarvan de ‘draagkracht’ bereikt is.
Die framing blijft niet zonder gevolgen: dit soort taalgebruik legitimeert beleid dat inzet op controle en afschrikking. Wanneer Europese leiders reageren op nieuwe conflicten en ontheemding – zoals recent in het Midden-Oosten – ligt de nadruk niet in de eerste plaats op bescherming van de mensen die onder deze conflicten lijden, maar op de vrees voor hun mogelijke komst naar Europa en het beheersen (lees: tegenhouden) van migratie. In Griekenland werden asielprocedures zelfs opgeschort als afschrikkingsmiddel.
Wat ooit enkel het discours van extreemrechts was, schuift verder op richting het politieke centrum. Zo verdedigde de Poolse premier Donald Tusk een verstrengd grensbeleid als noodzakelijk om de ‘westerse beschaving’ te beschermen, terwijl de toenmalige Hongaarse premier Viktor Orbán nog verder ging en migranten ‘vergif’ noemde. Dit illustreert hoe migratie ook in Europa steeds vaker wordt benaderd als een bedreiging waartegen uitzonderlijke maatregelen gerechtvaardigd lijken.
DE PRIJS VAN DEZE FRAMING
In de eerste maanden van 2026 stierven meer dan 1.000 mensen op de Middellandse Zee – een van de hoogste aantallen ooit – terwijl Europese politici de dalende aankomsten als een succes voorstellen.
Die maatregelen hebben concrete gevolgen. Aan de Europese buitengrenzen worden mensen systematisch teruggeduwd zonder toegang tot asielprocedures, vaak met geweld. Aan de Grieks-Turkse grens zijn herhaaldelijk gevallen gedocumenteerd waarbij migranten worden mishandeld en zonder bescherming worden teruggestuurd.
In België wordt het recht op opvang geschonden, terwijl veilige en legale migratieroutes verder afgebouwd worden. Het hervestigingsprogramma – een van de enige manieren om op een veilige en legale manier bescherming te krijgen – is stopgezet, zonder dat er alternatieven zijn voorzien. Het gevolg is voorspelbaar: mensen worden nog meer afhankelijk van mensensmokkelaars en gevaarlijke routes, die net sterker en winstgevender worden door het gebrek aan legale toegang. In de eerste maanden van 2026 stierven meer dan 1.000 mensen op de Middellandse Zee – een van de hoogste aantallen ooit – terwijl Europese politici de dalende aankomsten als een succes voorstellen.
Ook gezinshereniging wordt bemoeilijkt door nieuwe drempels, waardoor gezinnen langdurig gescheiden blijven en kinderen soms jarenlang zonder hun ouders opgroeien. Tegelijk liggen in Europa verregaande maatregelen op tafel om mensen zonder wettig verblijf op te sporen en uit te wijzen, zoals het binnendringen van woningen en andere plaatsen waar zij onderdak vinden. Zulke maatregelen vergroten het gevoel van permanente onzekerheid bij de mensen die erdoor worden geviseerd.
Onveiligheid is hier geen toevallig neveneffect. Het is het resultaat van beleid dat inzet op ontmoediging. Onveiligheid kleeft aan mensen – aan hun naam, hun huidskleur, hun accent, hun statuut.
KANARIE IN DE KOOLMIJN
Een aantal politici willen fundamentele rechten, zoals het verbod op foltering, minder dwingend maken en sterker laten afwegen tegen het ‘publieke belang’ van “veiligheid en orde”. Sommige politieke stemmen pleiten voor verregaande hervormingen of zelfs een uitstap uit het Europees Hof voor de Rechten van de Mens omdat uitspraken hun beleid zouden beperken.
Al deze maatregelen volgen één logica: vermeende veiligheid van de een wordt georganiseerd door onveiligheid van de ander. Die logica blijft niet beperkt tot migratiebeleid. Wanneer het aanvaardbaar wordt om mensenrechten afhankelijk te maken van iemands statuut, verschuift er een norm.
De gevolgen daarvan zien we in de groeiende druk op wie migranten bijstaat. Hulpverleners die mensen redden op zee of aan grenzen worden steeds vaker als criminelen gezien en behandeld. In Griekenland werd een Belgische jezuïet vervolgd voor mensensmokkel omdat hij mensen op de vlucht bijstond, ondanks het feit dat het om humanitaire hulp ging. In Noorwegen werd een mensenrechtenverdediger die vluchtelingen hielp in Griekenland gearresteerd na een Grieks aanhoudingsbevel. In Italië worden reddingsoperaties van organisaties zoals Artsen Zonder Grenzen voortdurend stilgelegd na administratieve sancties.
Tegelijk komt ook de rechtsstaat zelf onder spanning te staan. Regeringen negeren steeds vaker rechterlijke uitspraken over opvangverplichtingen. De Belgische staat werd al meer dan 15.000 keer veroordeeld omdat mensen die recht hebben op opvang toch op straat belanden, zonder dat er een structurele oplossing volgt. Zelfs uitspraken van het Grondwettelijk Hof worden genegeerd: ondanks duidelijke arresten dat de opvangplicht niet selectief kan worden toegepast, blijven vooral alleenstaande mannelijke asielzoekers op straat belanden.
Tegelijk komt ook het internationale mensenrechtenkader onder druk te staan. Politici, onder wie premier De Wever, riepen het Europees Hof voor de Rechten van de Mens op om zich wat meer gedeisd te houden in migratiezaken. Ze willen fundamentele rechten, zoals het verbod op foltering, minder dwingend maken en sterker laten afwegen tegen het ‘publieke belang’ van “veiligheid en orde”. Sommige politieke stemmen pleiten voor verregaande hervormingen of zelfs een uitstap uit het Hof omdat uitspraken hun beleid zouden beperken.
Migratiebeleid blijkt zo een kanarie in de koolmijn: wat binnen dat beleid wordt genormaliseerd – het selectief toepassen van rechten, het negeren van rechterlijke uitspraken en het criminaliseren van hulpverlening – verschuift de norm en wordt ook in andere domeinen denkbaar, en uiteindelijk toepasbaar.
Tegenbewegingen
Tegenover die evolutie staan ook andere – hoopvolle – praktijken. Aan de Pools-Belarussische grens trekken bewoners en activisten ’s nachts het bos in om mensen op de vlucht te helpen met water, voedsel en medische zorg. Wat begon als een spontane burgeractie, groeide uit tot netwerken waarin ook artsen en advocaten zich engageren.
Op de Middellandse Zee hervatten organisaties zoals Artsen Zonder Grenzen reddingsoperaties, ondanks administratieve sancties en politieke tegenwerking. In verschillende landen stappen ngo’s naar de rechter om illegale pushbacks aan te vechten – en boeken ze resultaten. In de Verenigde Staten dwongen massaprotesten tegen migratierazzia’s beleidsaanpassingen af. Deze voorbeelden tonen dat het dominante veiligheidsverhaal niet onbetwist is: er bestaan alternatieven en verzet kan effect hebben.
Deze voorbeelden tonen dat het dominante veiligheidsverhaal niet onbetwist is: er bestaan alternatieven en verzet kan effect hebben.
Wiens veiligheid telt?
Migratie wordt steeds vaker benaderd als een bedreiging van ‘onze’ veiligheid, met als gevolg een race to the bottom in maatregelen die de onveiligheid van mensen op de vlucht vergroten. Mensen die oorlog, geweld en vervolging ontvluchten, botsen steeds vaker op muren, hekken en geweld. In plaats van systemen te bouwen die mensen beschermen, wordt er geïnvesteerd in systemen om mensen tegen te houden. De prijs is hoog: menselijk leed, gedragen door de meest kwetsbaren. Wat als uitzondering begint, wordt beleid. Wat aan de grens gebeurt, sijpelt door naar de rest van de samenleving. Maar die logica is geen natuurwet. De tegenbewegingen tonen dat ook een andere invulling mogelijk is – één waarin veiligheid niet wordt opgebouwd door uitsluiting, maar vertrekt van rechten en bescherming voor iedereen.