Drie maanden na de eerste aanvallen op Iran: “Terwijl de wereld wegkijkt, worden jonge demonstranten naar de galg geleid.”
26 May 2026
6 minuten
Drie maanden na de eerste militaire aanvallen van Israël en de Verenigde Staten op Iran gaat het in de internationale media vooral over geopolitiek, olieprijzen en de Straat van Hormuz. Maar hoe gaat het intussen met de mensen in Iran zelf? Wat betekent het om te leven onder toenemende repressie, internetblack-outs en executies zonder eerlijk proces? We spraken met advocaat, docent en opiniemaker Jasmine Malekzadem. Ze volgt de situatie in Iran al jaren op de voet en is ook één van de drijvende krachten achter de campagne All Eyes on Iran.
Voor mensen die je misschien nog niet kennen: wie ben jij vandaag, en waarom blijf je je zo uitspreken over Iran?
“Ik ben meer dan 15 jaar actief als advocaat en academicus, onder meer als docent (Karel de Grote Hogeschool) en wetenschappelijk medewerker (KU Leuven). Daarnaast schrijf ik opiniestukken over rechtvaardigheid, mensenrechten en de rol van het recht binnen een veranderde samenleving. Maar ik ben ook geboren in Iran. Ik woon al meer dan dertig jaar niet meer daar, maar mijn roots blijven een deel van wie ik ben.
Waarom ik me uitspreek? Omdat Iran al bijna vijftig jaar gekenmerkt wordt door structurele discriminatie en repressie. Vrouwen zijn tweederangsburgers, religieuze en politieke minderheden worden systematisch onderdrukt, en fundamentele rechten worden geschonden onder het mom van wetgeving.
Ik heb ooit gezegd: als er ergens structurele verandering nodig is, dan wil ik daar mijn schouders onder zetten. Wel, dan mag je mij gerust een activist noemen.”
Wat betekent Iran vandaag nog voor jou?
“Mijn directe banden zijn natuurlijk veranderd. Ik woon al meer dan dertig jaar niet meer in Iran, dus connecties vervagen. Maar tegelijk voel ik me vandaag misschien méér verbonden met de Iraanse bevolking en hun lot dan ooit tevoren.
Vooral omdat de repressie zo sterk is toegenomen. Er ontstaat bijna vanzelf een gevoel van verantwoordelijkheid: deze mensen niet in de steek laten. Een natuurlijke verbintenis.”
Ik voel me vandaag meer verbonden met Iraanse burgers dan ooit tevoren.
Jij bent een drijvende kracht achter de campagne All Eyes on Iran. Hoe is die ontstaan?
“Die campagne is heel organisch gegroeid, vanuit verontwaardiging. Na de massale protesten van januari 2026 zagen we opnieuw hoe hard het regime ingreep. Op amper twee dagen tijd zijn volgens sommige bronnen 30.000 demonstranten gedood. Een veelvoud daarvan zijn gearresteerd. Er was meteen grote bezorgdheid: wat gaat er met die mensen gebeuren?
We weten hoe dit regime werkt. Mensen verdwijnen, krijgen geen eerlijk proces, worden veroordeeld op basis van gedwongen bekentenissen of zonder vrije keuze van advocaat. Dat is fundamenteel in strijd met mensenrechten, en het recht op een eerlijk proces.
Dus dachten we: we kunnen niet gewoon toekijken. All Eyes on Iran vertrekt vanuit een eenvoudige, maar belangrijke boodschap: we kijken wél. We houden de aandacht vast en laten niet toe dat demonstranten in stilte verdwijnen.”
Wie steunt de campagne?
“Wat begon als een burgerinitiatief kreeg snel steun van middenveld- en mensenrechtenorganisaties, waaronder 11.11.11, Amnesty International, de Orde van Vlaamse Balies, Gezinsbond, çavaria, Broederlijk Delen en Vluchtelingenwerk Vlaanderen.
Daarnaast sloten ook bekende burgers en mensen uit de culturele wereld zich aan, zoals Elisabeth Lucie Baeten. Dat vond ik hoopgevend: mensen die zich uitspreken voor mensenrechten doen dat niet selectief.”
Terwijl de wereld vooral kijkt naar geopolitiek en olieprijzen: hoe gaat het eigenlijk met gewone Iraniërs vandaag?
“Eerlijk? Heel slecht. Nog vóór de oorlog leefden veel Iraniërs al in extreme economische moeilijkheden. De inflatie was historisch hoog. Basisproducten werden onbetaalbaar. Mensen met een degelijk inkomen moesten al overleven.
Daarbovenop kwam de oorlog, met beschadigde infrastructuur, vernielde scholen, universiteiten en ziekenhuizen. Maar wat onder de radar blijft, is vooral de totale isolatie.
Sinds januari is er een digitale black-out. Negentig miljoen mensen hebben amper of geen toegang tot internet. Dat betekent niet alleen dat mensen moeilijk communiceren, maar ook dat hun stem letterlijk wordt gedempt.
Wij zien hier bijna geen beelden meer, omdat gewone burgers niets kunnen posten. Wat we nog zien, komt vaak via staatskanalen. Dat maakt onafhankelijke berichtgeving bijna onmogelijk.”
In Iran gaan executies onverminderd door. Wat vertelt dat jou over hoe het regime vandaag opereert?
“Dat de repressie niet afneemt, maar toeneemt. Executies worden ingezet als afschrikkingsmiddel. Mensen die tijdens protesten werden opgepakt, worden nu ter dood veroordeeld, vaak zonder wettig proces. Er zijn jongeren van zestien of zeventien jaar die de straat op gingen om te protesteren en vandaag riskeren geëxecuteerd te worden.
De cijfers zijn waanzinnig. Vorig jaar werden er 2.159 mensen geëxecuteerd, een recordaantal sinds de jaren tachtig, en een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor. En ook dit jaar gaat het in een extreem hoog tempo door: meerdere executies per dag. Sinds de protesten in januari zijn naar schatting al meer dan 600 mensen geëxecuteerd.
Wat mij raakt, zijn de verhalen van jonge mensen die de straat op gingen voor meer vrijheid, en nu naar de galg worden geleid. Dat is onmenselijk en onaanvaardbaar.”
Hoe sterk staat het regime vandaag nog?
“Dat blijft moeilijk inschatten. Veel analyses zijn speculatief. Wat we wél zien, is dat het regime met man en macht de controle probeert te behouden.
De dreiging naar burgers is toegenomen. Op staatszenders worden mensen openlijk gewaarschuwd om niet de straat op te gaan. Controleposten zijn uitgebreid, repressie is harder geworden en executies worden sneller uitgevoerd.
Wat zeker is: de repressie is intenser.”
Jongeren die de straat op gingen om meer vrijheid, worden nu geëxecuteerd.
Veel mensen worstelen met een moeilijke spanning: enerzijds de repressie van het Iraanse regime, anderzijds militaire aanvallen door Israël en de VS die ook burgers treffen. Hoe kijk jij naar dat spanningsveld?
“Voor mij is dat geen tegenstelling. Elke schending van internationaal recht moet veroordeeld worden. Punt.
Als militaire aanvallen burgers treffen en internationaal recht schenden, dan moet dat benoemd en veroordeeld worden. Maar hetzelfde geldt voor een regime dat al decennialang fundamentele rechten schendt, demonstranten executeert en vrouwen systematisch discrimineert.
Wat ik problematisch vind, is dat de aandacht enkel verschuift naar geopolitiek of militaire logica, terwijl Iraanse burgers opnieuw uit beeld verdwijnen. Solidariteit met Iraanse burgers betekent niet dat je militaire aanvallen goedkeurt. Het betekent simpelweg dat je zegt: mensen die schreeuwen om vrijheid, verdienen bescherming.”
Veel mensen hier willen iets doen. Wat kan betekenisvolle solidariteit zijn?
“Bewustwording is belangrijk, maar het mag daar niet stoppen.
We kunnen druk blijven zetten: door de situatie zichtbaar te houden, debatten te organiseren, politici aan te spreken en concrete eisen te stellen. Bijvoorbeeld: herstel internettoegang, stop executies, en garandeer eerlijke processen.
Maar ook publieke solidariteit doet ertoe. De straat op gaan, zoals we doen voor andere mensenrechtenkwesties, kan een krachtig signaal zijn. Want uiteindelijk vragen Iraniërs niets radicaals. Ze vragen iets heel fundamenteels: vrijheid, waardigheid en gelijke rechten. Wie zijn wij om daar onverschillig tegenover te blijven?”
Wil je afsluiten met één boodschap?
“Ja. We mogen niet wegkijken.
Er is een uitspraak van Martin Luther King waar ik vaak aan denk: ‘Injustice anywhere is a threat to justice everywhere.’ Als we onverschillig worden voor grove mensenrechtenschendingen elders, tast dat uiteindelijk ook onze eigen rechtsstaat aan.
Wat zijn mensenrechten waard als we ze alleen verdedigen wanneer het politiek comfortabel is?”