Een oorlog ontketenen is eenvoudig. De gevolgen beheersen niet.
03 Mar 2026
3 minuten
De opluchting en hoop die veel Iraniërs voelen na de uitschakeling van Ali Khamenei en vele andere Iraanse kopstukken zijn begrijpelijk. Mensen die decennialang onder repressie leefden, familie verloren aan staatsgeweld en hun vrijheid zagen vertrappeld, hebben het recht om te hopen op iets beters. Dat verlangen naar waardigheid is geen geopolitiek schaakstuk, het verdient erkenning en respect.
Tegelijk mag dat begrip ons niet blind maken voor de grote risico’s verbonden aan de Amerikaans-Israëlische aanval. Je kan én tegen een illegale agressie én tegen een misdadig regime zijn. Illegale oorlogsdaden worden niet legaal omdat het doelwit een dictator is, of omdat het land de mensenrechten niet respecteert. Het bombarderen van een soevereine staat zonder internationaal mandaat blijft een schending van het internationaal recht. Hoop mag niet misbruikt worden. Talloze burgerdoden, onder andere bij een meisjesschool in Minab, zijn geen detail.
Wat nu gebeurt is geen “precisie-operatie”. Het is een straatje zonder einde waarbij de hele regio wordt meegezogen: aanvallen in de Golf, een nieuwe Israël-Libanonoorlog, escalaties via milities, raketten op scheepvaartroutes. De grootste prijs wordt niet betaald door machthebbers in paleizen of regeringsgebouwen, maar door burgers, die opnieuw tussen geopolitieke ambities vermalen worden. En die gevolgen blijven niet beperkt tot Iran. Destabilisatie van de hele regio betekent zware humanitaire, economische en geopolitieke schokken, met opnieuw mensen op de vlucht, onder meer richting Turkije. Zelfs in België riskeren er economische gevolgen te zijn door de druk op olietoevoer.
We hebben dit eerder gezien. Irak 2003 begon met de belofte een dictator te verwijderen en eindigde in honderdduizenden doden, regionale chaos en de opkomst van Islamitische Staat. Een oorlog ontketenen is eenvoudig. De gevolgen beheersen niet.
En dit terwijl er ruimte was voor diplomatie. Volgens bemiddelaars van Oman stonden de Verenigde Staten en Iran op een zucht van een akkoord. Als dat klopt, dan is de meest “preventieve” daad van deze oorlog niet het stoppen van een dreiging, maar het stoppen van een diplomatieke doorbraak.
Echte veiligheid komt niet voort uit dominantie. Echte vrijheid ontstaat niet uit puin. Ze vereist diplomatie, internationale legitimiteit en een geloofwaardig plan voor politieke transitie. Zonder dat is dit geen strategie, het is een gok met honderdduizenden mensenlevens als inzet. Onze solidariteit gaat dan ook uit naar alle burgers – in Iran en in de hele regio – die opnieuw de grootste prijs betalen.
Wij roepen onze regeringsleden op om niet mee te deinen op de golf van oorlogsretoriek die vandaag zo luid klinkt. Wie het internationaal recht selectief toepast, ondermijnt het. Wie zwijgt terwijl anderen bombardementen toejuichen, legitimeert ze. Het regeerakkoord stelt helder dat ons land de internationale rechtsorde verdedigt, geworteld in multilaterale samenwerking. Dat is geen vrijblijvende slogan voor in rustige tijden. Dat is een belofte voor momenten als deze. Als die belofte nu niet geldt, wanneer dan wel?
Internationaal recht is geen detail in het debat. Het is de grens tussen orde en willekeur. Tussen bescherming en machtspolitiek. En wie vandaag kiest voor applaus bij escalatie, moet morgen ook de gevolgen durven dragen.