Image
Federaal parlement van België in Brussel

Politiek Nieuws

De wereld veranderen begint bij begrijpen hoe ze in elkaar zit. Om de juiste acties te plannen en ons pleidooi te documenteren, ontrafelen we de verbanden tussen de grote verschuivingen op onze planeet: politiek, migratie, energie, klimaat en meer.

Eén van de instrumenten van de federale overheid binnen het domein van 'ontwikkelingssamenwerking'* is de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkeling, oftewel kortweg BIO.

BIO is een publieke ontwikkelingsbank die KMO’s in lage en middeninkomenslanden ondersteunt om economische groei en duurzame ontwikkeling te bevorderen.  Een studie in opdracht van 11.11.11, CNCD-11.11.11, en Coalitie tegen de Honger over de werking van BIO stelt echter vast dat een deel van de verstrekte leningen en gedane investeringen van de overheidsinstantie niet bijdraagt tot de oplossing van deze problemen. Sterker nog, soms worden ze er zelfs door verergerd.

Meer kwaad dan goed

BIO kwam enkele jaren geleden reeds in opspraak omwille van haar financiering aan het bedrijf Feronia in de Democratische Republiek Congo. Dat bedrijf, dat tienduizenden hectaren grote palmolieplantages beheert, bleek betrokken te zijn bij landroof en schendingen van de mensenrechten. Het conflict over de door Feronia beheerde grond en de niet-naleving van de rechten van de werknemers leidden tot verschillende protesten. Demonstraties die telkens met geweld de kop werden ingedrukt door de politie en het private veiligheidspersoneel van het bedrijf.

Een zoveelste onderzoek en interpellaties door Congolese, Belgische en internationale ngo’s, leidde ertoe dat minister van Ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir  in 2021 aankondigde de Belgische steun aan het Feronia-project te stoppen. Een zekere overwinning, maar de schade die Feronia aanrichtte wordt er niet door ongedaan gemaakt. Bovendien ontbreekt het aan oplossingen om de lokale bevolking te vergoeden.

Vormt Feronia de uitzondering?

Het Feronia-project is met voorsprong de slechtste investering van BIO sinds haar oprichting. Toch is het cruciaal om te beseffen dat  ook andere financieringen van BIO ernstige vragen oproepen.

Neem bijvoorbeeld voedselzekerheid. BIO financiert talrijke projecten die het recht op voedsel meer bedreigen dan garanderen. Grootschalige projecten van de agro-industrie met problematische sociale en milieueffecten, enorme plantages die gepaard gaan met omstreden landaankoop of landroof en steun voor de chemische en petrochemische industrie die vaak afhankelijk zijn van olie. 

Op vlak van energie-investeringen springen de activiteiten Tozzi Green en Azito IV in het oog. Uit het onderzoek blijkt dat de energieproductie van Tozzi Green via grootschalige waterkrachtcentrales in Madagaskar op de lange termijn de energierekening voor de bevolking deed te stijgen.

Sinds 2010 steunt BIO de uitbreiding van het Azito-project, een gasgestookte elektriciteitscentrale in Ivoorkust. De bewoners van de dorpen Azito en Yopougon in de buurt zagen hun voornaamste inkomsten uit de visserij geleidelijk aan wegvallen door de vervuiling van de centrale.  Ondanks de lopende rechtszaak van de dorpsbewoners voor landcompensatie als gevolg van onvrijwillige hervestiging, investeerde BIO in 2019 toch nog in de uitbreiding van het project. 

Image
Aanleg van pijpleidingen voor gasvervoer voor de Azito centrale
Aanleg van pijpleidingen voor vervoer van gas naar de Azito-elektriciteitscentrale © BelgaImage/AFP

BIO moet daarnaast de Belgische richtlijnen voor de internationale klimaatfinanciering volgen. Investeringen in fossiele brandstoffen zoals gasgestookte centrales stroken hier niet mee. BIO besloot dan ook recent om vanaf 2021 niet meer te investeren in nieuwe gascentrales. Een stap voorwaarts. Toch kende ze in 2021 nog een lening van 3 miljoen dollar toe aan XpressGas, een Ghanees bedrijf dat vloeibaar petroleumgas transporteert en verkoopt. Hoewel deze investering niet gericht is op de exploitatie van gas, blijft BIO op deze manier wel betrokken in de productieketen van fossiele brandstoffen. Gas heeft bovendien geen meerwaarde voor de lokale bevolking, want hernieuwbare energie is op korte termijn goedkoper.

Een visie op ontwikkeling die vragen oproept

BIO beheert dus allesbehalve een voorbeeldportefeuille qua verantwoorde investeringen. Minister Kitir besliste ondertussen om niet meer te investeren in fossiele brandstoffen, geen steun meer te geven aan agrobrandstoffen en uit Feronia te stappen.

Helaas toont de studie aan dat dit niet volstaat. De werkwijze van BIO geeft niet voldoende garanties dat haar investeringen geen negatieve impact hebben. De uitdagingen die ngo’s al jaren aan de kaak stellen, gelden nog steeds: een stuitend gebrek aan transparantie en ondermaatse evaluaties van de sociale en milieu-impact van de financieringen. Rode draad door dit alles is een visie op ‘ontwikkeling’ die vragen oproept. Zo is een belangrijke indicator van ‘ontwikkelingsrendement’ voor BIO het creëren van jobs en groei, terwijl de milieu en sociale indicatoren een secundaire plaats innemen.

Bovendien vloeit 36% van de investeringen van BIO naar private equity fondsen. Deze fondsen maken gemiddeld 8 tot 10 % winst, die terugvloeit naar de Belgische staat. Dergelijke hoge winstmarges zijn niet alleen bedenkelijk voor een actor van ontwikkelingssamenwerking, maar leiden ook vaak tot investeringen in sectoren die niet per se beantwoorden aan de grootste noden van de lokale bevolking. Participatiefondsen steunen bijvoorbeeld uiteenlopende KMO’s of ondernemingen, ongeacht hun sociale impact of hun potentiële rol in het creëren van ontwikkelingseffecten. African Rivers Fund, dat op BIO-financiering kan terugvallen, investeert bijvoorbeeld in sectoren gaande van farmaceutische fabrikanten, over winkelketens, tot schoonmaakdiensten. 

Werk aan de winkel

Er is dus werk aan de winkel om ervoor te zorgen dat BIO de doelstellingen van de Belgische ontwikkelingssamenwerking helpt waarmaken in plaats van ze tegen te werken. We vragen een democratisch debat over BIO zodat het de mensenrechten respecteert en in samenhang met de rest van de Belgische ‘ontwikkelingssamenwerkingsactoren’ handelt.

Publieke middelen gebruiken vereist verantwoording en transparantieplicht aan de Belgische staat en belastingbetalers. Daartoe is een hervorming van de BIO-wetgeving cruciaal. In afwachting daarvan is de herziening van het Beheerscontract van BIO tegen 2024 de eerstvolgende kans om de investeringen van BIO beter in lijn te brengen met de doelstellingen van internationale solidariteit.

Er is dus werk aan de winkel om ervoor te zorgen dat BIO de doelstellingen van de Belgische ontwikkelingssamenwerking helpt waarmaken in plaats van ze tegen te werken. We vragen een democratisch debat over BIO zodat het de mensenrechten respecteert.

Femmy Thewissen
beleidsmedewerker Economische Rechtvaardigheid bij 11.11.11

Lees hier de beleidsnota's:

BIO als actor van ontwikkelingssamenwerking
BIO als actor van de internationale klimaatfinanciering
BIO als actor van landbouw- en voedingssector

*We verwijzen in deze tekst soms naar termen ‘ontwikkeling’, ‘ontwikkelingsrendement’, of ‘ontwikkelingssamenwerking’. 11.11.11 pleit voor omzichtig gebruik van deze termen, aangezien deze (neo)koloniale machtsverhoudingen reflecteren. Vermits bepaalde terminologie zoals ‘‘ontwikkelingsimpact’’ nog zo breed gebruikt worden en om duidelijkheid over onze aanbevelingen te verzekeren, kiezen we ervoor deze termen tussen aanhalingstekens te plaatsen.