Grote overwinning: Noors staatsfonds stapt uit Caterpillar door Israëlische oorlogsmisdaden
28 Aug 2025
3 minuten
Het Noorse staatsfonds, het grootste staatsfonds ter wereld, heeft zijn aandelen in Caterpillar verkocht. Reden: de betrokkenheid van het Amerikaanse bedrijf bij grove mensenrechtenschendingen in de door Israël bezette Palestijnse gebieden. Een belangrijke doorbraak, waar ook 11.11.11 en FairFin al jaren druk voor voerden.
Bulldozers voor bezetting en vernieling
Caterpillar produceert onder meer graafmachines en bulldozers. Die worden systematisch ingezet voor de vernieling van Palestijnse huizen en infrastructuur op de Westelijke Jordaanoever. Volgens het Noorse staatsfonds bestaat er “geen twijfel dat de producten van Caterpillar gebruikt worden voor algemene en systematische schendingen van het internationaal humanitair recht”.
BREDER SIGNAAL
Het fonds verkocht niet alleen zijn belang van 2,1 miljard dollar in Caterpillar (1,17% van het bedrijf), maar ook zijn participaties in vijf Israëlische banken (661 miljoen dollar). Enkele weken geleden werd ook al aangekondigd dat het fonds zich terugtrekt uit elf andere Israëlische bedrijven. Daarmee geeft de grootste investeerder ter wereld een krachtig signaal: winst maken op bezetting en oorlogsmisdaden is onaanvaardbaar.

Druk loont
Deze beslissing komt niet uit het niets. Al meerdere keren trokken Noren naar de Noorse centrale bank om te protesteren tegen het beleggen van hun pensioengeld in bedrijven die mensenrechten schenden.
Ook 11.11.11 vraagt samen met FairFin en tientallen internationale en Palestijnse organisaties – verenigd in de “Don’t Buy into Occupation” (DBIO) coalitie- al jaren dat financiële instellingen hun verantwoordelijkheid nemen en geen bedrijven steunen die bijdragen aan de illegale bezetting van Palestina. Specifiek voeren we ook campagne tegen investeringen in Caterpillar wegens hun betrokkenheid bij zware mensenrechtenschendingen in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Dankzij die druk hebben onder andere Triodos en Argenta de Amerikaanse machinebouwer al op hun zwarte lijst gezet.
Het feit dat het Noorse staatsfonds deze stap zet, toont dat internationale druk werkt.
Onze strijd gaat door
Ondertussen blijven Europese en Belgische financiële instellingen investeren in bedrijven die actief zijn in bezet Palestijns gebied. Zo onderhouden onder meer KBC, Belfius, BNP Paribas, ING, Delen Private Bank en Degroof Petercam nog steeds financiële relaties met bedrijven als Caterpillar en anderen die betrokken zijn bij de illegale nederzettingenindustrie. Vooral KBC en BNP springen eruit: ondanks de genocide in Gaza en etnisch zuivering in de Westelijke Jordaanoever, was er eind 2024 sprake van maar liefst 911 miljoen (BNP) en 772 miljoen (KBC) dollar aan financiële relaties met Caterpillar.
Dat is onaanvaardbaar. Daarom blijven wij, samen met lokale en internationale partners zoals FairFin, de druk opvoeren hun investeringen te stoppen.
Maar dat is niet genoeg. De Belgische regering moet dringend haar verantwoordelijkheid nemen en overgaan tot een verbod op investeringen in bedrijven actief in bezet Palestijns gebied. Zolang ze dat niet doet, dreigt ook Belgisch spaargeld bij te dragen aan oorlogsmisdaden en schendingen van het internationaal recht.
Help mee druk opvoeren
Met jouw steun blijven we druk zetten op financiële instellingen en de overheid. De investeringen en medeplichtigheid moeten stoppen. Steun ons politiek werk rond Palestina en help mee de druk opvoeren.