Stad in Senegal

Limburgers geloven in solidariteit. Hun deputatie niet.

  • Opinie

30 Mar 2026

3 minuten

Deze opinie werd op 27 maart 2026 gepubliceerd in Het Belang van Limburg 

 

Provincie Limburg heeft een traditie. Al dertig jaar lang steunt ze Limburgse vrijwilligers die projecten overal ter wereld uitbouwen. Zij boren waterputten in Congo, betalen het schoolgeld van meisjes in Senegal, bouwen gezondheidscentra in Nepal. Geen grote woorden. Gewoon doen wat nodig is. Dat is geen liefdadigheid. Dat is geloven in rechtvaardigheid en solidariteit. Heel Limburgs.  
 

Tot de politiek besliste dat het anders moest. 


Geen overleg. Geen evaluatie. De steun voor mondiale projecten schafte ze in december in alle stilte af. Vijftig organisaties, honderden vrijwilligers, dertig jaar opgebouwde expertise: aan de kant geschoven. Niemand werd ingelicht. Het budget gaat voortaan enkel naar bedrijven, via leningen met rente. Gedeputeerde Igor Philtjens noemt dat een hefboom voor duurzame impact. Wie de projecten kent die nu worden stopgezet, noemt het iets anders. 


Het is verleidelijk om dit te herleiden tot een politieke discussie over subsidies. Maar dat is te kort door de bocht. Gedeputeerde Philtjens vraagt zich hardop af of subsidies wel het beste instrument zijn om "zelfredzaamheid te realiseren". Maar het model dat hij zelf naar voren schuift, is evengoed gefinancierd door subsidies. Het verschil is enkel wie er baat bij heeft. Zelfredzaamheid veronderstelt een structuur die haar mogelijk maakt. Een kind met een zware beperking in een opvangcentrum in Congo verdient evengoed steun en omkadering.  


Solidariteitsprojecten, zo klinkt het vanuit het provinciegebouw in Hasselt, zijn "een druppel op een hete plaat". Het is de klassieke drogreden waarbij men niets hoeft te doen. Want als een druppel nooit genoeg is, waarom dan nog druppelen? Medora vzw uit Lummen bereikt 5.500 kinderen op 22 Nepalese scholen met zuiver water en tandzorg. Moninga uit Alken betaalt het schoolgeld van meisjes in Kinshasa die anders thuisblijven. Voor die kinderen is de druppel geen metafoor. Het is het verschil tussen gezond opgroeien of niet. 


Een te enge focus op bedrijfsleningen lost dat niet op. Niet in Nepal. Niet in Kinshasa. Niet in Senegal. Sommige dingen laat je niet aan de privé over. Dat is geen ideologie. Dat is rekenen. Een centrum voor kinderen met een beperking in Congo lost geen lening af. Een meisje in Senegal dat een beroepsopleiding volgt, genereert geen winst voor een rollend fonds. Fundamentele rechten zijn niet te herleiden tot een verhaal van bedrijven tegen ngo’s, hoe graag sommigen dat ook zouden willen. Die ‘druppels’ zijn verdraaid veel waard. 


Wat de provincie Limburg doet is hopeloos voorbijgestreefd. De idee dat ondernemerschap en marktlogica alleen volstaan als hefboom wordt al jaren weerlegd door experten. Ondernemerschap en solidariteit zijn geen concurrenten.  Het is een en/en verhaal, geen of/of.  
Intussen gaat de slogan gewoon door. Limburger, wereldburger. Alleen geldt die blijkbaar alleen voor de Limburgers zelf. Niet voor de deputatie die hen vertegenwoordigt. Met deze keuze zet de provincie niet alleen een subsidielijn stop. Ze zet ook haar eigen mensen in de kou. Mensen die jarenlang tijd, energie en middelen investeerden om te doen wat overheden zouden moeten doen: zorgen dat niemand achterblijft. 
 

Wereldburgers verdienen meer dan een koude schouder van hun eigen provincie.
 

Els Hertogen, directeur 11.11.11