Wanneer bedrijven staten voor de rechter slepen
Foto van Public Citizen
Stel: een regering beslist om een nieuwe milieuwet in te voeren, een mijnbouwproject stop te zetten, of de tabaksreclame aan banden te leggen. Klinkt als normaal democratisch beleid. Maar via een weinig bekend mechanisme in handelsverdragen kunnen multinationals diezelfde overheid dagvaarden — en miljarden eisen als compensatie.
Dat mechanisme heet ISDS: Investor-State Dispute Settlement, of in het Nederlands: geschillenbeslechting tussen investeerders en staten. Het laat buitenlandse bedrijven toe om landen te vervolgen via private arbitragetribunalen, buiten de gewone rechtbanken om. De uitspraken zijn bindend, de bedragen astronomisch — en de rekening wordt betaald door de belastingbetaler.
Alleen al in de energiesector werd meer dan 80 miljard dollar geëist van overheden die hun klimaatbeleid wilden versterken. Het resultaat? Regeringen denken twee keer na voor ze handelen. Niet uit voorzichtigheid, maar uit schrik voor een juridische aanval van Big Oil.
ISDS is geen randverschijnsel. Het zit verscholen in honderden handelsverdragen wereldwijd, ook in verdragen waaraan België partij is. In 2024 werd België veroordeeld om 41 miljoen euro te betalen aan logistiek bedrijf DP World. En als gastland voor 185 miljard euro aan bevroren Russische tegoeden bij Euroclear loopt ons land nog grotere risico’s. Negen Russische investeerders zetten vorig najaar de eerste stappen voor claims tegen België.
Dit systeem raakt rechtstreeks aan vragen over democratie, klimaatrechtvaardigheid en de macht van multinationals.
Wil je begrijpen hoe dit systeem werkt, wie ervan profiteert, en wat er op het spel staat?